Pagina's

Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen

zondag 18 april 2010

Zo makkelijk kom je niet van boeken af...

Wat krijg je als je twee oude knarren bij elkaar brengt en een aantal avonden laat mijmeren over boeken, bibliotheken, boeken verzamelen en de toekomst van het boek?

Een nieuw boek! De journalist Jean-Philippe de Tonnac bracht humanisten en erudiet kunstenaars Umberto Eco en Jean-Claude Carrière bij elkaar, stelde ze een reeks pertinente vragen en noteerde de antwoorden. Hij liet ze uitweiden over historische figuren, schrijvers en kunstenaars zoals Napoleon, Voltaire, Bunuel, Boeddha, Fritz Lang, Vergilius en Victor Hugo. Ook confronteerde hij ze met een aantal stellingen zoals het internet als een oncontroleerbaar extern geheugen, de onherroepelijke verdwijning van het boek en het feit dat een ontwikkeld persoon niet alle boeken die hij/zij geacht wordt te kennen, moet gelezen hebben. En dat levert dan een meeslepend boek op! ('Zo makkelijk kom je niet van boeken af.' Oorspronkelijke titel: 'N'espérez-pas vous débarrasser des livres, vertaald door Liesbeth van Nes, De Bezige Bij, 2010)

Umberto Eco (1932) is door iedereen wel gekend als de schrijver van ‘De Naam van de Roos’ en ‘de Slinger van Foucault’, hoogleraar semiotiek en een verwoed boekenverzamelaar. (50.000 boeken en 1.200 oude boeken en incunabels)
Jean-Claude Carrière (1931) filmkenner, regisseur, scenarioschrijver, schrijver van ‘Le Lézard’ en eveneens bibliofiel. (40.000 boeken en 2.000 oude boeken)

Het is een plezier om twee belezen mensen met elkaar te horen palaveren over de meeste diverse onderwerpen, onderwijl alles te plaatsen in een historisch kader, zaken met elkaar in verband te brengen en oude inzichten opnieuw helder te verwoorden. Dit in een tijd waarin de soundbyte en de spektakelwaarde overheersen. Het is een conversatie in zijn echte etymologische betekenis: het draaien van de hoofden in dezelfde richting.

Om de leeshonger naar dit boek wat aan te scherpen, wil ik jullie een aantal ideeën en uitspraken niet onthouden:
‘Kan een mens zich goed uitdrukken als hij niet kan lezen of schrijven? ECO: Homeros zou zonder twijfel antwoorden: ja!’ (p. 12)
‘Kunnen we ons werkelijk aanpassen aan een tempo dat zich zal versnellen op een manier die door niets wordt gerechtvaardigd?’ Over de snelheid waarmee de technologie en bij uitbreiding de maatschappij zich vernieuwt. (p.35)
‘We weten ook, zoals Proust over grote schrijvers zei, dat elke grote filmmaker althans ten dele zijn eigen taal uitvindt.’ (p.36)
‘…en dat we van die kennis iets alleen maar volkomen kunnen begrijpen gedurende een noodzakelijk gelimiteerde tijd.’ (p.38)
‘Een zeer machtige koning kan zijn architecten niet toestaan hun fantasie zomaar te volgen. De barok is extreem liberaal, anarchistisch.’ (p.73)
‘Wanneer de staat te veel macht heeft, zwijgt de poëzie.’ (p.89)
‘Alle grote atheïsten zijn afkomstig uit seminaries.’ (p.154)
‘Volgens Goropius Becanus waren alle talen afgeleid van één oertaal en dat was het Antwerps dialect.’ (p.159) Ze zullen het daar graag horen!
‘Als je nadrukkelijk en luidkeels een algemene, alledaagse waarheid verkondigt, wordt ze meteen stompzinnig.’ (p.173)
‘Een soort impliciet revisionisme, een verbanning met zachte hand. Zo bestaat er naast een collectief onbewuste ook een collectief geheugen en een collectief vergeten.’ (p.193) Over de ‘damnatio memoriae’ en andere vormen van censuur…
‘Het is een soort wijnkelder. Je hoeft niet alles op te drinken.’ Over je bibliotheek en of je alle boeken er in moet gelezen hebben...

Zoals jullie kunnen merken, grijpen de twee mannen het boek aan als een springplank om opvattingen te spuien over een breed gamma van onderwerpen…en dit tot het grote vermaak en voordeel van de lezer. Maar de positie over het boek is duidelijk. We kunnen op twee oren slapen. Het boek zal niet vervliegen. Zoals Eco zegt..iets dat perfect is, dat niet meer verbeterd kan worden (zoals het wiel) zal niet verdwijnen. Oef!

woensdag 2 september 2009

She blinded me with science...(2)


Een citaat uit ‘Griekse Tango’ van de onnavolgbare Drs. P:

"Ja deze pi, dat staat te lezen in de encyclopedie, is eeuwenoud en wetenschappelijk en Grieks en vol magie. Als ik zo pieker over pi spreekt u wellicht van een manie. Maar zijn wij allen niet neuro-, fana-, roman- of mystici. Een ander heeft een kolibrie, een relikwie of een fobie. Maar ik verdiep me onophoudelijk en zonder compromis. In dit unieke en verheven wonder der planimetrie. Ik zoek het antwoord op het grote raadsel pi."

Lang leve onze recent gefêteerde toondichter! (Dit geheel terzijde: ik wil u twee van zijn meer hilarische pseudoniemen niet onthouden: Lars Brahe en Alois Mückenspucker.)

De wiskundige zandbak is dus ook een uitnodigend speelterrein voor minder wetenschappelijke lieden. Schrijvers en filmmakers putten veelvuldig uit een rijke bron van intrigerende raadsels in een onderhoudend proces van magische confabulatie. Een voorbeeld is Darren Aronofsky's 'Pi', een heerlijke zwart-wit film met een verschroeiende soundtrack, over een wetenschapper op zoek naar wiskundige patronen in de natuur. Ook de Torah en de Kabbalah worden er bij betrokken. Twee observaties moeten hierbij worden gemaakt. Want we kunnen dit niet zomaar op zichzelf aannemen. Deze en gelijkaardige films of boeken verhullen meestal een diepere fascinatie. Eerste observatie: Er wordt van uitgegaan dat de symbolische orde rondom ons, een wetenschap en kennis verhult die binnen deze betekenende structuur op zichzelf kan bestaan. Dat er een onafhankelijke logica aan het werk is. Dit terwijl de psycho-analyse ons leert dat de betekenaars, de taal, het symbolisch veld een puur contingent karakter hebben, waardoor elke betekenis die zou kunnen ontstaan (buiten de intentie van de spreker om) een geheel spontaan, arbitrair en toevallig karakter heeft. Onthou even dat een pyschoticus dit niet kan aanvaarden, voor hem/haar is er een kracht achter de schermen aan het werk die de symbolische orde stuurt. Die kracht stroomt later meestal het reële binnen in de vorm van een achtervolgende ander.

Tweede observatie: Het hoofdpersonage uit 'Pi' wordt geplaagd door barstende koppijn. Er wordt misschien ook gesuggereerd dat hij ze niet allemaal op een rijtje heeft. Hier ontmoeten we het cliché van de gekke professor. Het idee dat uitzonderlijke intelligentie gepaard gaat met waanzin. Of is het eerder zo dat waanzin het gevolg is van een mislukte poging een uiterst moeilijk en hermetisch idee te ontsluiten? Alsof er concepten en ideeën bestaan die van een dergelijke moeilijkheid blijk geven dat ze slechts eventjes kunnen aangeraakt worden, als gloeiende kooltjes, door een brein waarin onvermijdelijk dan ook een aantal circuits doorbranden.

De uitstekende documentaire 'The Story of Maths' op BBC 4 lijkt een en ander te staven. Topmathematici worden immers altijd beschreven als zeer excentriek en het is verbazend te zien hoeveel er tijdens een zoektocht naar een of ander bewijs ten onder zijn gegaan in depressie en psychose. (Cantor, Gödel,..) Wat is hier oorzaak en gevolg? Tentatief kunnen we misschien stellen dat bepaalde wiskundige ideeën structurele parallellen vertonen met de niet-symboliseerbare kern in het reële, dat wat in lacaniaanse termen weigert zich te symboliseren. En dat, op het scherp van de wiskundige snee, de eenzame vorser dit gat - in zijn of haar psychische economie - enkel kan dichten door een autonome kennis in het symbolische te deponeren: 'Het bestaat, ik weet dat het waar is, maar ik kan het niet bewijzen...' Een mogelijk resultaat is dan de terugkeer van deze kennis in de vorm van een paranoïde waan.

Men zou het hierbij kunnen laten. Een grappige denkoefening van een amateur, een hypothetisch hebbedingetje. En toch...wat moeten we dan denken van de Podolsky-Rosen paradox in de Fysica. Hier werd het aantoonbare bewijs geleverd dat elk deeltje van twee verstrengelde en later gescheiden deeltjes op elke moment kennis heeft van de spin van het andere deeltje en deze kennis ogenblikkelijk met de ander deelt (en sneller dan de snelheid van het licht...en welke 'can of worms' hiermee open getrokken wordt, laten we nog even buiten beschouwing) waardoor het dan wel weer lijkt alsof de diepere kern van ons bestaan, op het niveau van de constituerende krachten van ons universum, een structurerend kader van pure kennis is.
Lig er niet wakker van, beste Boppers...maar het zijn boeiende tijden.

woensdag 26 augustus 2009

She blinded me with science...

Zoals jullie hebben kunnen merken, lees ik niet enkel romans maar ook een hele boel non-fiction over onderwerpen die me interesseren. Dat leidt soms tot situaties waarin ik meer op mijn bord neem dan ik kan verteren. Vooral wanneer het exacte wetenschappen betreft. Zo kan ik me regelmatig verliezen in een wiskundeboek. (Dit mag vreemd klinken.)

De wiskunde leidt ons met een zekere regelmaat naar heel bizarre continenten. Soms kan men op die plaatsen een kennis vermoeden, steeds op de rand van het gezichtsveld, die eerder gevoeld dan begrepen, ons een glimp toont van universele, abstracte waarheden…waarheden die mogelijks onafhankelijk bestaan van de tastbare wereld. Bestaat er dan een zuivere wereld van mathematische ideeën die aan onze wereld vooraf gaat? Mag ik hier een parallel trekken met de platonische notie van de ‘vorm’ of ‘idee’ als gestalt, als een permanente eenheid van kennis die zwaarder weegt dan de elementen uit de realiteit die slechts een tijdelijke en vaak onvolkomen materialisatie hiervan zijn? De omringende fysieke werkelijkheid als niet meer dan een zwakke en soms mislukte afspiegeling van deze hogere ideeënwereld? Zit er echt meer waarheid en kennis in de (abstracte) vorm van de kustlijnen en zeeschelpen, de beurskoersen, de positie van knoppen op een zonnebloem…dan wat we kunnen vermoeden? Zo merkt men dat de Fibonacci getallenrij perfect voorspelt hoe een bloemkool groeit, dat varens op fractalen lijken, of dat de frequentie en intensiteit van aardbevingen aan dezelfde wiskundige wetmatigheden onderhevig zijn als het geluidsniveau van menselijk geroezemoes op een receptie!

In ‘Anathem’ bijvoorbeeld, het nieuwste boek van Neal Stephenson, bevindt zich opnieuw een weelde aan dergelijke mathematische en exotische ideeën, die hij in zijn gekende virtuoze stijl tot een klepper van een avonturenroman heeft verwerkt. Met meer dan 800 pagina’s en een verklarende woordenlijst, is het niet voor iedereen weggelegd. Zoals in zijn vorige boeken wordt de verhaallijn soms onderbroken door personages die uitvoerig op een filosofisch of mathematisch probleem ingaan.

Soms lees ik iets wat dan weer een beetje ernstiger is , zoals bijvoorbeeld ‘The Magical Maze’ van Ian Stewart. De wereld bekeken door een wiskundige bril. Wat allerlei weetjes oplevert over patronen, toevalligheden (met hoeveel mensen moet je in eenzelfde kamer zijn om 50% kans te hebben dat er twee dezelfde verjaardag hebben? Antwoord: slechts 23!!), fractale dimensies, Turing machines en natuurlijk…chaos. En soms moet het nog ernstiger en lees ik iets over analyse (calculus) of statistiek.

En dan moet ik me intomen of ik ga op zoek naar mijn eigen patronen. Ik wil jullie mijn laatste experiment op dit terrein niet onthouden. Ik hou sinds een aantal jaar nauwgezet aantallen boeken, films en BBQ’s bij. Ja, vooral dat laatste element ligt niet direct voor de hand (voor wie begrijpe wil, lees mijn vorige post dienaangaande: ‘Fire walk with me’) maar volgt u even mee. De onderstaande figuur toont een en ander in grafiekvorm.



Nu stelde ik me de vraag of de frequentie van deze bezigheden op enerlei wijze met elkaar verbonden is? Laat ons nog even abstractie maken van enige causale verbanden. Met consternatie moest ik vaststellen dat vruchtbare filmjaren niet samenvallen met vruchtbare leesjaren. Vreemd, ik had gedacht dat beide vormen een uiting waren van eenzelfde honger en/of enthousiasme.

Maar met nog meer verbazing moest ik besluiten dat er een zeer hoge positieve correlatie (0,8) bestaat tussen het aantal BBQ’s op een jaar tijd en het gelezen aantal boeken. Hoe meer ik lees, hoe meer ik barbecue, en omgekeerd. Wat begon als een grappige blog over wiskunde lezen, neemt nu wel plots de vorm van een paranoïde vraagstelling aan. Want wat betekent dit? Is er tussen beide een verband of zijn beide varianten samen afhankelijk van een onbekende of onbewuste derde factor die actief aan het werk is op de achtergrond? Nee..beste Boppers. Ik weet het al. Mijn gedrag is aan het convergeren naar een soort van utopische abstracte wereld waar zich een mythisch punt van evenwicht en mentaal welzijn ophoudt. Waar ik met een boek in de hand een lamskotelet marineer. En verder niets…Hemels!

maandag 3 augustus 2009

Popular Science: Life, the Universe and Everything

Soms, wanneer door voldoende bier aangespoord, de gesprekken belanden in dat restlandschap waar dromen nooit vergaan of waar de grote levensvragen in de coulissen staan te wachten voor een bisnummer, kan het gebeuren dat een onverlaat de vraag stelt naar het begin. Het begin van alles: the life, universe & everything. Opgeladen door weer een goed wetenschapsboek voor de leek (en er zijn er nogal wat tegenwoordig) wordt men uiteindelijk toch weer geconfronteerd met de eigen onkunde (hogere fysica is helaas voor de enkeling) of het onvermogen van onze verbeelding om nog net die pas achteruit te nemen tot voor de Big Bang, en dan wil een mens daarover wel eens van gedachten wisselen.

De redenering is u wel bekend. Voor de Big Bang was er niets. OK, maar wat is niets dan? De afwezigheid van iets. Maar zo definieer je toch niets in termen van iets (dat er nog niet was)? En dat niets, hoe zag dat eruit? Tot men uiteindelijk tureluurs, maar ook met een zeker onbehagen, het gesprek naar meer vertrouwd terrein terughaalt. Onze wetenschappers zijn gelukkig van harder materiaal gemaakt en zoeken dapper verder, elk op hun eigen gebied, naar dat verklaringsmodel of referentiekader waar ze zo veel mogelijk natuurlijke fenomenen mee kunnen vatten. Veel hangt hierbij af van de ambitie van het model en met welke vergrotingsfactor men de monsters onder de lens van de microscoop schuift. Laten we verder de fysica buiten beschouwing (of we komen algauw terecht in een toverlandschap van quarks, bosonen en strings) en ons concentreren op een aantal verklaringsmodellen voor het menselijk gedrag.

Sommigen hanteren een macromodel en zoeken een verklaring voor gedrag in de sfeer van ‘emergent behavior’ wanneer grote groepen individuen samen komen en op het groepsniveau subtiele feedbackmechanismen ontstaan die het individuele gedrag sturen. Een beetje zoals het gedrag van een grote groep vogels die in het zwerk synchroon heen en weer duiken en waar het lijkt alsof de massa één denkend wezen is, of het gedrag van een school vissen die in een fractie van een seconde allemaal samen plots in een andere richting zwemmen. In ‘Critical Mass, how one thing leads to another’ beschrijft Philip Ball op een boeiende manier een aantal groepsprocessen die gelijkaardige trekjes vertonen zoals het gedrag van personen in een meute (al dan niet in paniek) of het gedrag van files. Tevens wordt er mijn oude favoriet – de chaos theorie – bijgehaald om een en ander te verklaren. En je denkt..tuurlijk, zo is het, eindelijk een goede uitleg voor dit fenomeen.

Op het zelfde niveau gaan anderen het zoeken in meer economische drijfveren. Zo verklaren Steven D. Levitt & Stephen J. Dubner in ’Freakonomics’ het gedrag van makelaars, gangsters en leraren voor de klas vanuit een zuiver economisch perspectief en je denkt opnieuw : waw…knap gevonden, tuurlijk werkt het zo. Of neem Malcom Gladwell die in ‘The Tipping Point’ een aantal fenomenen verklaart vanuit sociologisch-virale hoek. Van de verloedering van een woonbuurt tot het succes van de politieaanpak van criminaliteit in New-York, ditmaal wordt alles in focus gebracht door het model van ‘sociale besmetting’. Andere modellen zoeken een verklaring voor gedrag vanuit de werking van het gezin (de systeemtheorie in de Psychologie) de werking van het individu (gedragsleer) of in de verdeelde werking binnen het subject waar de ene hand niet weet wat de andere hand doet (psycho-analyse). En ik laat nog een hele reeks meer esoterische verklaringsmodellen buiten beschouwing.

Wat moeten we hieruit leren Boppers? Wat lezen we hieruit? Dat wetenschappers meer buiten hun eigen grenzen moeten kijken? Absoluut. Zo worden bijvoorbeeld met succes modellen uit de biologie toegepast in de softwareontwikkeling. Een ander fantastische kruisbestuiving gebeurde tussen psychologie en statistiek in de ontwikkeling van ‘Chernoff’ gezichten. De resultaten van een data set worden hier visueel voorgesteld door een getekend gezicht. Omdat de menselijk geest veel krachtiger is in het analyseren van gelaatsuitdrukkingen dan in het interpreteren van reeksen cijfers. Dat men afhankelijk van het probleem, het juiste instrument moet kiezen? Zeker. Maar voor mij pleit het uiteindelijk voor het behoud van een open geest. Weg met die barrières! Organiseer groepsretraites voor wetenschappers uit diverse gebieden. Sluit ze op. Zorg voor genoeg pizza, bier, breedband en laptops en laat hen elkaar -in een wilde mentale dans- met opwindende ideeën bevruchten..daar groeit zeker iets moois uit.