Pagina's

Posts tonen met het label antropomorfisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label antropomorfisme. Alle posts tonen

zondag 26 oktober 2014

Who's the Zombie here? The Girl with All the Gifts - a review.

Zombies again!? Is there anything new left to tell? It seems so. 'The Girl with All the Gifts' by M.R. Carey succeeds in using the dystopian zombie backdrop as a moral arena where characters are faced with hard choices and must struggle to keep their humanity, all in the face of inevitable defeat.
There's horror in this novel, but it is not the horror of the relentless machine-like zombie, hungry for your flesh. It is the horror of man losing his moral center, the horror of man without ambiguity, his subjectivity erased, unthinking and deprived of ethical autonomy.

(If some parts of this review seem a bit obsucre that is because I didn't want to spoil the reading experience too much. But still, there are some minor spoilers ahead.)

The plot is basic and straightforward. Humanity is on the brink of being wiped out by a fungus that turns infected people into 'hungries'. On an army base, situated in infected territory, scientist Catherine Caldwell is looking for a cure, sometimes performing tests on live subjects caught by Sergeant Parks and his men.  Helen Justineau - a teacher at the base - strongly opposes these tests and while Justineau and Caldwell are having a fierce brawl over the subject of Carolines next intended vivisection, the base is overrun by survivalists called 'junkers'. Our protagonists are forced to flee and followed by hungries, feral children and junkers they now must try to find their way back to 'Beacon', a guarded non-infected zone. The road is fraught with danger, Caldwell continuous to try to solve the riddle of the infection but eventually they must perform their last stand. Inevitably, the fate of humanity is decided in the process. 

This is however, not a story about survival. Yes, there is gore and blood. Yes, there are graphic depictions but these elements are mostly used to set a scene or to sketch the serious predicament of the leftover survivors. Once this is established, the story flows naturally from the interesting characters who play out serious moral dilemma's. 

In essence, this is a love story. It's about the love of Melany, a young girl, for her school teacher. It's about her dream of keeping Miss Justineau safe from harm. And it's about Miss Justineau's strong conviction that the scientist, Caldwell, is wrong in performing tests on her pupils. A conviction she is willing to fight for, whatever the consequences, like Sophocles's Antigone in ancient Thebes. Caldwell the scientist sees the children as test-objects. They are animals, to be tested, dissected and put under a microscope. Or to be tested in the classroom by psychologists and teachers. They are the real dehumanising forces at work here. Reducing the children to mere statistics and raw material for research. Because they are not human, right? So we are free use them. Because, let's face it, the destiny of humanity is at stake here.  But Justineau sees things differently. She has seen - as Levinas, the french philosopher puts it - the face of the Other. She cannot any longer deny the demand of the Other, or deny its manifest call out for a subjective response. It is the ethical reflex that is the foundation of our subjectivity and not the other way around. Looked at it from that perspective, Caldwell is as much a Zombie as a flesh eating hungry. In denying the faces of her test subjects she puts wisdom before love and hides her subjectivity behind numbers and chemical formulas. And as the other protagonists - like sergeant Parks and private Gallager -  also begin to see the 'face' of Melany, they too are confronted with these issues and questions. Consequently they start to display more elements of their subjectivity hitherto obscured by their military uniform. And once agin the question turns. Is this a good thing? Does this not make them more vulnerable as soldiers? And so these issues are continually acted out in the protagonists many interactions, confounded by doubts, responsibilities and perils.

The combination of these well drawn characters, a fast paced plot and a satisfying ending makes this a very recommendable book. It is about zombies, but it could just as well be about the zombie in each of us. I listened to the audio version, beautifully read by Finty Williams. I gave this book three stars on Goodreads. It just missed its fourth star because of a slightly rushed ending and the fact that the junkers could have been used to better effect, especially later on in the story (from which they are absent).

vrijdag 15 januari 2010

Sex with Aliens...

Deze week ‘Avatar’ gezien. Neen, dit is niet de zoveelste bespreking van de nieuwe film van James Cameron, die hard op weg is om met zijn bezoekersaantallen en opbrengsten een aantal nieuwe records te vestigen. Ik ga het hier niet hebben over de 3D technologie die een nieuwe norm lijkt te introduceren voor een rijkere filmbeleving noch over de echte kracht van de film die ligt in de minutieuze recreatie van een geloofwaardige, rijke en waarlijk exotische planetaire ecologie. Daar heeft iedereen ondertussen wel zijn ding al over kwijt. Neen, ik ga het hebben over de seksuele aantrekkingskracht tussen de hoofdpersonages, die het ware enigma van de film uitmaakt. Verrast? U zou het in feite niet mogen zijn. Want denken we hier even over na, dan stoelt deze verhouding tussen de na’vi Neytiri (Zoe Saldana)en Jake Sully (Sam Worthington)op een totaal waanzinnige identificatie. Of niet? In alle geval is hun verhouding het kloppend hart van de film.

Voor de mensen die de film nog niet zouden gezien hebben: De kreupele Jake Sully wordt in het lichaam van een bewoner van de planeet Pandora ‘gedownload’. Klinkt al serieus funky, maar dan moet je ook nog weten dat de planeet bevolkt wordt door een ras van 3 meter hoge, blauwe autochtonen met een staart! In zijn nieuw lichaam (avatar) wordt hij –zoals dat wel meer pleegt te gebeuren in de film – verliefd. Hier springt de vonk over op een lenige blauwe amazone, Neytiri, dochter van de hoofdman van de stam. Dit na’vi meisje ziet er behoorlijk anders uit dan het doorsnee vrouwelijke object van verlangen. Drie meter is dus echt wel groot voor een vrouw, hoor. Je gaat nu wel zeggen, die Jake, die is nu toch ook een na’vi, hij ziet er toch ook zo uit. What’s the problem? Het probleem beste Boppers, is dat de avatar, hoewel van uitzicht dus een blauwe reus, nog steeds de ‘menselijke’ persoonlijkheid heeft van Jake. Een mens die in een ‘menselijke’ (waarmee ik bedoel geen na’vi) psychologie en menselijke architectuur van primaire en secundaire identificaties zijn ‘subject’ en lichaamsbeeld heeft verworven. Dus de kans is zeer klein dat een mens (OK, laten we de seksuele perversies even buiten beschouwing) op iets anders dan een mens zou kunnen verliefd worden. Ik kan u verzekeren dat indien als gevolg van een mutatie plots een meisje zou worden geboren met een katachtig uiterlijk, blauw, met een staart en die opgroeit tot een smurf van 3 meter, ze bezwaarlijk veel aanbidders zal hebben. (OK, opnieuw laten we de perversies buiten beschouwing…)

Je zou nog kunnen opwerpen dat Jake verliefd wordt op een aantal tekens of betekenaars die op Neytiri kleven zoals een manier van bewegen, een oogopslag, een intonatie, een blik, een lach, een bepaalde houding. Maar dan is het duidelijk dat hij juist de interpreteerbare menselijke elementen gebruikt om zijn verlangen aan vast te kleven en enkel door de aanwezigheid hiervan daadwerkelijk zijn object van verlangen binnen Neytiri kan vinden. Met andere woorden, het blijft Jake Sully die verliefd wordt op Zoe Saldana, die Neytiri gestalte heeft via ‘performance capture’. Dus als we zeggen: enkel in de film, dan is dit ook de eenduidige waarheid, Jake kan enkel verliefd worden op de ‘gefilmde’ Neytiri.

Dus het gebeurt in de film en is zo verantwoordelijk voor meer dan twee uur kijkplezier. Als ik zou schrijven ‘kijkgenot’ is het omdat ook ik in Neytiri de menselijke tics van Zoe Saldana herken. Maar het gebeurt niet alleen in de film.

Ook in de literatuur zijn er legio voorbeelden te vinden van cross- specie gerampetamp. Nemen we de onvolprezen Miles Naismith Vorkosigian als eerste voorbeeld. Miles is het hoofdpersonage van de met prijzen overladen ‘Vorkosigan’ saga van Lois McMaster Bujold, een vrijbuiter en huurling, klein van formaat wegens zwakke botten, erfgenaam van een voorname familie en undercover in dienst van de Keizer van Barrayar, moet hij het volledig van zijn persoonlijkheid hebben. Wat hij noemt zijn ‘forward momentum’. In het kortverhaal ‘Labyrinth’ (verschenen in ‘Borders of Infinity’)moet hij het DNA van een gengemanipuleerde soldaat zien te bemachtigen. Die soldaat blijkt een vrouwelijke, katachtige reus te zijn met klauwen en slagtanden, een adolescent met gierende hormonen en aangezwengeld metabolisme, waar Miles uiteindelijk mee van bil gaat. Vooreerst om zijn hachje te redden maar uiteindelijk zal deze act de basis vormen voor een blijvende vertrouwensrelatie. En sergeant Taura wordt vanaf haar rekrutering in het huurlingenleger van Miles niet alleen een hartsvriendin maar ook een lieveling van het grote lezerspubliek van de Vor boeken.

Ook de grande dame van de SF literatuur Ursula K. Le Guin, laat zich niet onbetuigd. In ‘The lefthand of Darkness’ blijkt een planeet bevolkt door een ras die op gepaste tijden van sekse veranderen, en dit zelf ook een beetje kunnen sturen. Van vrouw naar man en terug. De hoofdpersoon, een menselijke ambassadeur moet uiteindelijk vluchten en kan enkel met de hulp van een inboorling ontsnappen. Samen beleven ze heel wat ontberingen en groeien ze uiteindelijk naar elkaar toe. Laten we zeggen dat er iets moois openbloeit.
Dus Boppers, staar jullie niet blind op de na’vi maar wees verrukt in de wetenschap dat de menselijke verbeelding en diens seksueel optimisme letterlijk alle grenzen overstijgt. Sexytime, zou Borat zeggen!

woensdag 7 oktober 2009

Ik weet het...ik lees de krant!

Ik las vorig jaar in de krant een artikel over de bijen die aan het verdwijnen zijn. Vandaag lees ik dat Douglas Couplands nieuwe boek (Generation A) dit als een plotelement gebruikt. Andere onheilstijdingen vanuit die grote vreemde ‘Andere’ die de natuur is: overstromingen zijn een directe weerwraak op ons overmatig ingrijpen in het bio-evenwicht. Uitzinnige stormen, verstoorde regenval, verschraalde biodiversiteit, de met Armand Pien merkwaardig verdwenen straalstroom en het schandknaapje voor alle kwaad: el-ninjo, je kunt de krant niet openslaan of je wordt ermee om de oren geslagen.

In de laatste film van M. Night Shyamalan nemen de bomen en planten zelfs wraak op ons door middel van toxische secreties waardoor we ons massaal als lemmingen de dood in storten. Het lijkt wel of de natuur onze maatschappij nabootst. De huidige nieuwsgaring verbindt natuur en cultuur op een nooit geziene wijze, als een moebiusband, een groteske steeds uitdijende topologie van een spatiaal zelfbewustzijn in een kluwen van betekenaars van waaruit niet te ontsnappen valt. Want net zoals in de natuur, is ook in de samenleving sprake van een verstoord evenwicht, van het opduiken van uitzonderlijke excessen. De krant opnieuw: er is een serieverkrachter opgepakt…met voorbinddildo, akelig masker en een groot mes. Je zal die maar eens tegenkomen tussen donkeren en klaren. (tijdens overmatige regenval) Het lijken in scène gezette ‘events’ die naast hun uitermate wrede en ‘onmenselijke’ karakter daarbij nog een boodschap lijken uit te dragen, bijeengelapt uit verwrongen culturele referenties, een hyperrealistische onsmakelijke grap. Scream! Ander onwezenlijk element: elke dag sterven er kinderen door gebrek aan voedsel en hygiëne. Schrijnend natuurlijk, maar nog schrijnender is een van de redenen die in het artikel opgegeven wordt om deze toestand te verhelpen: door de hoge kindersterfte hebben we een productieverlies van x aantal miljard dollars in onze Global Marketplace; en dat kan natuurlijk niet. Wie nu nog niet het zuur in zijn keel voelt opborrelen…Er zijn momenteel heel wat projecties van onze gedeelde culturele angsten en excessen aan de gang op het onschuldige scherm van moeder natuur.

Op de keeper beschouwd zijn we wellicht wel de bomen, bloemen en de bijtjes aan het decimeren, maar er is een diepere waarheid. En die is dat we dit als een schouwtoneel gebruiken waarbinnen we onze angsten en onrust opkloppen, waarin we als het ware een soort van gezamenlijk schuldbesef aan het creëren zijn, als een soort van ultieme uitlaatklep voor het onbehagen in onze maatschappij. Op een perverse manier ligt daarbij nog in het effectieve lozen, kappen, verbranden, en bespuiten nog eens de bevestiging van die schuld en het appel op een soort van vervangende gemeenschapsstraf, als een impotente ‘Beagle’ die in de voetsporen van Darwin (tv-gewijs) - een en ander poogt recht te zetten…Dus beste Boppers: op een bepaald moment zal het percentage horrorberichten in de krant er voor mij te veel aan zijn en zeg ik mijn abonnement op. Helaas is het stoppen van de vingers in de oren niet altijd een gepaste reactie.

zaterdag 4 april 2009

Over katten en honden...

Deze ochtend had ik een discussie met een collega die zei dat je niet een kattenpersoon en een hondenpersoon kunt zijn. Die voorliefde voor katten en honden ligt blijkbaar genetisch en onvoorwaardelijk vast. Mmmm…ik denk het niet. Er bestaat minstens één persoon die van hondenman naar kattenman is geëvolueerd. Mezelf! Ik hou van de blaffende viervoeters en ben opgegroeid met een schat van een labrador. Maar gebeurtenissen hebben me een beetje een andere kant uitgeduwd. Vooreerst heb ik nu meer dan voldoende honden achter me aan gekregen tijdens het joggen. (Hij bijt niet hoor!) En ten tweede heeft zich vorig jaar een zwerfkat in ons huis gevestigd die iedereen met gemak rond zijn poot windt. Soort: Felix Vulgaris, maar met meer charme en persoonlijkheid dan dat ik in een kat voor mogelijk hield. Op den duur ga je onvermijdelijk je huisdier menselijke trekjes toedichten. In de wondere wereld van de literatuur gaat men – natuurlijk - nog een stapje verder.

In ‘A boy and his dog’ een film uit 1974 met de piepjonge Don Johnson in de hoofdrol en gebaseerd op een novelle van Harlan Ellison (tevens schrijver van het oorspronkelijke script voor ‘City on the Edge of Forever’ (Star Trek - seizoen 1, door velen geroemd als de beste TOS aflevering, waarvoor respect!) is de hoofdrol toebedeeld aan een telepathische, popcorn etende en moppentappende hond genaamd ‘Blood’. Samen met baasje Vic (Johnson) die hij eigenlijk als zijn protegé beschouwd en de enige persoon die Blood kan ‘horen’, beleven ze de wildste avonturen te midden van een postapocalyptisch landschap (kernoorlog) terwijl ze op zoek zijn naar voedsel, water, popcorn voor Blood en meisjes voor Vic (18 jaar en gierende hormonen) en terwijl ze proberen uit handen te blijven van bendes bandieten en mutanten. (Je typische SF post-nucleaire bevolking, quoi.) Blood en Vic zijn afhankelijk van elkaar voor hun overleving en hun innige band verleent de film meer spankracht dan de korte inhoud doet vermoeden.

David Weber, bedenker van de ‘Honorverse’, de ongelooflijk gedetailleerde wereld waarin Admiral ‘Lady’ Dame Honor Harrington allerlei avonturen beleeft in de ‘Royal Manticoran Space Navy', moet een kattenpersoon zijn. Onze heldin – een geüpdate Horatio Hornblower - is immers continu vergezeld van de kat Nimitz (meer een soort boomkat met 6 poten) die voorzien is van een imposant setje klauwen en een meer dan onmenselijke reactiesnelheid. En – o ja – Nimitz en Honor delen een diepe telepathische band. En waar Blood van popcorn houdt, heeft Nimitz dan weer een voorliefde voor selder.

Andere voorbeelden zijn legio. Wat spreekt hier nu eigenlijk uit? De inherente dwang van de mens om alles te ‘antropomorfiseren’? (Laten we het dan nog niet hebben over computers en machines die menselijke trekjes, intelligentie, persoonlijkheid of wilsbeschikking worden toegedicht in het SF canon en in de echte wereld.) Of dat onze genetische ‘hardwired’ empathie zich niet beperkt tot onze eigen soortgenoten?

Wie weet Boppers? Misschien zijn we wel jaloers op het genot dat zo makkelijk door onze huisdieren wordt bijeengebedeld en waar ze zich zo schaamteloos kunnen aan overgeven. Al ooit eens een spinnende kat of extatische hond zich in allerlei wulpse bochten zien kronkelen tijdens het kopje krabben?