Pagina's

Posts tonen met het label woestijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label woestijn. Alle posts tonen

zondag 2 mei 2010

Hoe snel?

Wat is de juiste snelheid. Om te lopen, leven, lezen? Heeft elke activiteit zijn optimale belevingstijd? Of is dit (weer) een subjectieve invulling? Het is zeker geen onzinnige vraag om af en toe te stellen in een wereld waarin alles almaar sneller dient te worden ingevuld, klaargemaakt, geleverd, beleefd en vergeten.

De poolreiziger en 19de eeuwse ontdekker John Franklin wordt door Sten Nadolny in ‘The Discovery of slowness’ beschreven als…’a man whose natural pace of living and thinking is portrayed as that of an elderly sloth after a long massage and a pipe of opium…’ Nochthans (of misschien dankzij zijn onvermogen tot handelen totdat hij een situatie volledig had doordacht) heeft Franklin heel wat bereikt.

Er valt wat te zeggen voor een bedachtzame temporisering. Zo hebben we gisteren deelgenomen aan de 10 K van Knokke. Traag vertrokken zijn we steeds sneller gaan lopen tot aan de aankomst. Niets negatiefs aan deze negative-split, enkel blijde gezichten aan de eindmeet. Met goed gedoseerde krachten komt men al een gans eind.

Zo moet ook Rosie Swale Pope hebben gedacht toen ze besloot rond de wereld te lopen. U leest het goed. In ‘Just a little Run around the World’ beschrijft ze haar vijf jaren durende odyssee met veel gevoel en tederheid. Na het verlies van haar man organiseert ze een liefdadigheid en beslist dan maar in één ruk om fondsen te werven met een spectaculaire loop rond de wereldbol. Ze doorstaat winterse nachten in het koude Siberië en Alaska, overleeft een aanrijding door een bus, praat zich uit een overval en komt met 53 paar afgesleten schoenen terug aan in Tenby, Wales. Hoe snel is snel?

Ligt de klemtoon niet op de beleving, het doorvoelen van een ervaring die zijn eigen tempo dicteert? Missen we niet teveel door de onderhuidse insisterende versnelling van al onze belevingen? Zijn we ook niet ‘hardwired’ middels onze zintuigen aan een aantal vaste ‘ideale’ tijdsintervallen. Parameters waarbuiten we onvermijdelijk een en ander missen, waar we fouten maken bij het wegschrijven van de informatie… die we dan krampachtig willen terugvinden in de vorm van verloren tijd?

Zo bestaat er een ideaal tempo om te reizen. Het is zeker niet aan het tempo van een vliegtuig schrijft Alain de Botton in de krant van 21 april (De Standaard – Opinie en Analyse). Hij stelt zich de vraag of het desoriënterende gevoel na een vliegtuigreis zijn verklaring niet vindt in het oude Arabische gezegde dat de ziel onveranderlijk met de snelheid van een kameel reist? We herstellen maar van de jetlag wanneer de ziel ons terug heeft ingehaald. Hij pleit ervoor om aan dit tempo te reizen: ’Dat nieuwe, wijdverbreide ‘kameeltempo’ zou reizigers wederom met een wijsheid begiftigen die hun middeleeuwse pelgrimvoorvaderen maar al te goed hadden gekend.’ Vertragen schept soms die broodnodige afstand die nodig is om zaken in hun juiste perspectief te zien.

Stop de tijd. Pak een boek. Rust.

zondag 22 november 2009

Terug uit de woestijn....

Net terug van een reis naar het zuiden van Marokko. Steden zoals Marrakesh en Ouarzazate stonden op het menu maar ook een vijfdaagse trektocht door de woestijn met temperaturen van 40 graden en ijskoude nachten onder een imposante sterrenhemel, met vers brood gebakken op warme kolen, geurende tajines , liters muntthee, maar ook met uitgestrekte desolate steenvlaktes, zandduinen en de stilte, steeds de stilte. Kortom het was er weer een om te koesteren. Wat intestinale restverschijnselen, maar een kniesoor die daar op let.

Men vraagt me soms: waarom steeds weer die woestijn. Ik heb het in deze blog reeds gehad over de betovering die je overvalt wanneer je onder de warme zon urenlang rustig verder sjokt en de gedachten langzaam opdrogen, wanneer het enige wat je hoort de zachtjes ruisende wind is en wanneer de blik zich eindeloos verder kan ontrollen langs een zinderende einder. Ik ga dit dus hier niet opnieuw doen. Zo ook vraag ik me soms af of alles wel moet verwoord worden. En dan nog is er een rest die helemaal niet kan beschreven worden. Toch dacht ik jullie een aantal dagboekfragmenten weer te geven van eerdere gemaakte woestijnreizen. Mogelijks springt een vonk van het heilige vuur over…

Tunesië – oktober 2003 – Dag 2:
Om 7.45 uur zijn we weer op pad. We wandelen een drietal uren, vinden prehistorische speerpunten en woestijnrozen. Soms lopen we met twee of drie samen en praten we wat, soms nemen we wat afstand en wandelen eenzaam de steeds kleiner wordende karavaan achterna. S. is enorm populair bij de meereizende vliegen. Zijn rug is één wriemelende zwarte massa. Maar hij is niet alleen. Best is de vliegen rustig op je rug te laten zitten. Maak je onverwachte of bruuske bewegingen dan lost de plaque vliegen zich op in een toornige wolk die luidruchtig rond je hoofd tolt. Rond 11.00 uur slaan we de tent op voor de middagrust en de lunch. Iedereen lijkt in te dommelen. Het is warm en een hete droge wind komt opzetten….

Sinaïwoestijn – november 2005 – Dag 2:
…we trekken verder de woestijn in en na een wandeling van een goede drie uur door rotsachtig terrein langsheen wadis en uitgeholde paden, komen we aan in onze kampplaats. Het is het tijdstip van het gouden avondlicht. Fijn opstuivend zand en de bijna pulserende gloed van het avondlicht dat de rotsen in diepe okertinten laat oplichten, toveren het landschap om in een onwezenlijk droomdecor. Daar middenin, de grote tent pal in het licht van de ondergaande zon. We worden verwelkomd door Mustafa, onze kok, met thee en koekjes. We doen onze schoenen uit en vleien ons neer op het tapijt. We praten bij en reconstrueren de dag uit de vele afzonderlijke getuigenissen. Iedereen moet als het ware zijn hart luchten, wil de schoonheid die we gezien hebben ons niet blijvend met verstomming slaan…

Egypte – Westelijke woestijn – november 2006 - Dag 5:
…na het ontbijt wandelen we door wat we terecht niets anders kunnen noemen dan een witte woestijn. Fonkelende helderwitte rotsformaties tegen een diepblauwe hemel. We wandelen doorheen een labyrint van door de wind uitgeholde en uitgefreesde witte rotsformaties, sommige zo groot als een huis, andere nemen de versteende vorm aan van een zandheuvel of een aangespoelde walvis. De verbeelding slaat hier werkelijk op hol. Ze vindt geen houvast meer op de netjes afgeschuurde en gepolijste rotsvormen…en dit terwijl de zon steeds hoger klimt. Water, water, water….


Libië – het zuiden – november 2007 – Dag 6:
…vandaag geen ontbijt. Voel me nog wat zwak van de rusteloze nacht. Diarree! Het moest er eens van komen. Het wordt weer warm en de wandeling duurt lang. J. krijgt het een beetje lastig. Hij heeft hetzelfde probleem als ik. ’s Middags eet ik toch wat brood maar J. eet niets. Tijd om wat te rusten en te lezen. Dan komt er een geweldige wind opzetten. Rond drie uur vertrekken we voor het tweede luik van de dagtocht. We moeten nog een twaalftal kilometer doen. Het wordt een zeer lastige tocht, bijna episch…althans in mijn verbeelding. We vorderen over een uitgestrekte vlakte waar we gezandstraald worden door de hete wind. Het gaat steeds heviger waaien. De lucht boven ons blijft helder blauw maar 360 graden rondom ons wordt alles wazig en mistig door het opstuivende zand. Dan maar de chèche goed aanbinden en doorbijten. Het wordt een helletocht. Iedereen moet een extra inspanning leveren. De duinen in de verte lijken niet dichter te komen. Maar toch…na drie uren tegen de wind vechten, komen we aan in het kamp. Iedereen zakt uitgeput neer voor de thee. Mijn keel brandt, mijn benen trillen en ik voel me ongelooflijk slap door het weinig eten…maar dat was een tocht om nooit te vergeten…en de wind gaat liggen.

Marokko – het zuiden nabij Zaghora – november 2009 – Dag 6:
Vanavond bakken de berbers vers brood in een put gevuld met houtskool. Het avondeten bestaat uit soep met het nog warme brood en groetenstoofpot met rijst. We eten rondom het kampvuur en sluiten deze dag af met thee, fruit en wat verhalen uit de duizend en één nacht vertellingen.


Ik bedoel maar…als ik alleen nog maar de laatste zin herlees dan besef ik opnieuw hoe uitzonderlijk deze laatste reis opnieuw was. Je gaat het helaas echter maar ten volle appreciëren wanneer je op een grijze zondagmiddag je blog aan het updaten bent….

woensdag 28 oktober 2009

Reizen om te leren?

Binnenkort vertrek ik terug op reis. Ditmaal naar Marokko. Hoe bereid je jezelf voor op een reis teneinde er zo veel mogelijk uit te halen? Laat ons eerst duidelijk maken wat dat 'er uit halen' betekent. Het is duidelijk dat eenieder wel een ander doel beoogt met een reis. Te veel maken we de fout om onszelf als ijkpunt te nemen in een poging de beweegredenen van anderen te begrijpen. Ook hier is niets voor de hand liggend en loont het om even verder te kijken dan de neus lang is. Mensen benaderen elke situatie of een appel naar hen toe, op een andere wijze, ingekleurd door een veelheid van meegegraaide ervaringen, eerder permanente en fundamentele subjectief verschillende posities ten opzichte van de grote symbolische wereld om hen heen, maar ook gekleurd door hormonale fluctuaties, de hoeveelheid nachtrust, de regelmatigheid van de stoelgang, het fysisch welzijn en/of door vluchtige emoties en andere toevalligheden.

Dit maar om aan te geven dat we het dikwijls niet weten waarom de een zo en de ander zus reageert. En dus ook niet waarom die persoon nu net deze reis maakt. De subjectieve pasmunt van de motivatie is dan wel soms nog zichtbaar, de eventuele opbrengsten in deze mentale economie soms veel minder. Kortom, terug naar de steekproef van één: mezelf dus. Want soms leert men meer uit de nauwgezet uiteenrafelen van één bepaalde en subjectieve handeling, dan uit de poging een algemeen globaal model uit te bouwen waarin iedereen dan willens nillens moet passen. Dat wist Proust ook al. Hoewel hij er eerder van uitging dat iedereen fundamenteel gelijk is en dat we in een goede romanfiguur altijd dingen van onszelf kunnen herkennen en zo iets kunnen leren over onszelf. Dit is ook een waarheid, uitgestald vanuit een ander gezichtspunt.

Ik maak een onderscheid tussen een reis op vertrouwd terrein, zonder al te veel verrassingen, maar met een wissel op een zekere vorm van rust en goed weer en een reis die misschien wel kan leiden tot wat verrassingen. Een reis die wat verwondering kan oproepen. Een reis die ons een beetje dooreen schudt en toont dat er ook andere manieren zijn om in de wereld te zijn, en dat we - om een cliché te gebruiken - mogelijks een en ander kunnen leren van een andere cultuur, iets dat ons kan verrijken. Zo mag ik graag reizen naar Noord-Afrika, naar de woestijnen en merken dat men daar toch iets anders omgaat met elkaar, met de tijd, met de omgeving. Die confrontatie met andere waarden, bruuskeert soms vastgeroeste opinies of ideeën. En met dat het wrikken, komen vastgelopen tandwielen weer in beweging...Men treedt een beetje uit zijn vaste referentiekader waardoor het aanmatigende 'sérieux' van ons dagelijks bestaan en de soms verstarde aanwassen van onze gewoontes, in een ander licht worden bekeken. Dit belet niet dat ik ook gewoon wel eens met mijn luie krent in het zand wil liggen lezen.

Maar we gingen het uiteindelijk over reisvoorbereidingen hebben. In mijn geval probeer ik zoveel mogelijk te leren uit reisverhalen en dagboeken van anderen die me zijn voorgegaan. Ik kijk naar kaarten, probeer iets van de taal mee te pikken, leer wat over de geschiedenis en cultuur. Het helpt soms een en ander te zien of te plaatsen dat anders onopgemerkt zou gebleven zijn. Dit alles is echter geen garantie voor een geslaagde vakantie. Je moet ook kunnen afstand nemen en je lot in de handen van de voorzienigheid leggen. Je moet geduld kunnen oefenen en soms gewoon ook wat geluk hebben. Maar dan nog kan het gebeuren dat je bij aankomst op de luchthaven van de trap valt en je door Europe Assistance moet gerepatrieerd worden. Maar dan beste Boppers, heb je tenminste het genoegen gekend van de zoete anticipatie, heb je weer wat bijeengelezen of geleerd. Zo zie je maar. ‘Come prepared!’ En je wint altijd. Maar dat is de boy scout in mij.

zondag 27 september 2009

Meisjes en motoren....

Nu we het toch over motoren hebben. Aah…wat een gelukzaligheid die zo veel mensen wordt onthouden door het simpele feit dat ze niet over een motorfiets beschikken. Ik weet het…in het huidige verstoorde CO2 klimaat is het niet echt bon ton meer om met benzineverslindende machines de omgeving te terroriseren. Een stukje rijplezier is door deze onderliggende en dwingende gedachte voor altijd suspect en pervers geworden. Net zoals zoveel andere geneugten die langzaam uit onze beleving aan het verdwijnen zijn, hetzij door voortwoekerende regelgeving, het voortschrijdende schrikbewind van het neo-liberale goochelmodel of simpelweg door het ouder worden…Maar ik troost me met de gedachte dat ik op allerlei andere gebieden mijn ecologische voetafdruk zo minimaal mogelijk hou. Pascal Blaise zei het reeds…veel van onze miserie komt voort uit het feit dat we niet rustig in onze kamer kunnen blijven zitten. En wat is dan het effect van een ritje of twee in de maand en een jaarlijkse trip van een dag of vier? Maar allez, we volgen deze nieuwe deining in de collectieve gedachtestroom en beoordelen gezwind alle roetspuwende excessen.

Maar wat kan het leven je toelachen als de zon wordt weerspiegeld in de netjes opgepoetste helmen van je meerijdende kompanen terwijl je bochtje na bochtje pikt en de frisse herfstlucht door de spleten van je oude motorvest klauwt , en het ronken van de banden op de tarmac samen met het zoemen van de boterige viercilinder je gedachten inpakken en verleiden als de sensuele dans van een buikdanseres. En dan hebben we het nog niet gehad over alle avonturen die een cilinderinhoud van 250 cc of meer allemaal kan declencheren.

Lois Pryce is een kranige roodharige deerne die met haar natuurlijke flair en karakter van een rondborstige flapuit de wijde wereld intrekt. In ‘Lois on the Loose' vat onze heldin het plan op om met een motorfiets vanuit Alaska naar het uiterste zuidelijke puntje van Zuid-Amerika te bollen. Licht van toon, verbergt haar relaas niet volledig de volharding en vindingrijkheid die nodig waren om dit plan tot een goed einde te brengen. Met een minimale kennis van het Spaans, een veel te lichte motorfiets en een optimisme die de vele moeizame grensovergangen draaglijk maakt, haalt ze toch de eindmeet. Wat later doet ze dit huzarenstukje over dwars door Afrika in ‘Red Tape & White Knuckles’ waar de grensovergangen zowel hallucinante als grimmige kenmerken beginnen te vertonen. Ook hier haalt ze haar slag thuis en bereikt ze uiteindelijk Capetown door een mix van doorzetting, humor en toevallige meevallers die ze door haar aard wel lijkt aan te trekken. Lois is een hedendaagse heldin en haar boeken leren ons meer dan je zou verwachten. Kortom, twee reisverslagen die iedere avonturier in zijn kast moet hebben staan.

Ik wil jullie ook niet ‘Meisjes, Moslims en Motoren’ van Gaea Schoeters en Trui Hanoulle onthouden. Twee Belgische vrouwen die in het zog van een vooroorlogs koppel reizigers een trip uit 1939 proberen over te doen. Ditmaal met motoren en door een fundamenteel veranderd Midden-Oosten landschap. Zelfs Yemen en Iran hebben ze aangedaan. Om als vrouw alleen, zonder mannen dus, (en op een motor) door een cultuur te sjezen die dit niet altijd kan plaatsen moet men ballen hebben. Hun verslagen staan dan ook vol van rake typeringen en pertinente overpeinzingen. Daarnaast puilt het ook uit van de prachtige foto’s van Trui. Dus Boppers, haal boven die atlas, laad op die batterijen, verstel dat regenpak en ‘hit the road’. Grenzen bestaan toch alleen maar in onze verbeelding.

maandag 29 juni 2009

Reizen in de woestijn...

Nog één post over reisliteratuur en dan hou ik er voor een tijdje mee op. Beloofd. Lezers van deze blog kennen reeds mijn fascinatie voor de woestijn. Wanneer ik me voor iets interesseer, is het steeds met volle overgave. Dat is soms vermoeiend. Niet alleen lees ik graag boeken over de woestijn, maar bij uitbreiding dus ook over Noord-Afrika, zijn geschiedenis, cultuur en taal. Het ene boek leidt – in een dwingende zoektocht naar steeds meer kennisbronnen– onherroepelijk naar een ander boek, en een ander, als een olievlek die zich uitbreidt over het water. Soms bijt ik dan ook meer af dan ik kan verhapstukken.

Zo kreeg ik een aantal jaren geleden het idee om de taal te leren. Ik wou tijdens mijn volgende trektocht in het Arabisch kunnen converseren (of ten minste wou ik kunnen afdingen) en ik wou op termijn ook het Arabisch kunnen lezen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Ik vond – mits wat zoekwerk – de vzw 'Orientaal' als aanbieder van degelijk basisonderricht in die taal. Welke taal, zult u vragen, want het Arabisch kent zowel zijn uiterst geletterde vorm in geschriften en officiële media (het fushaa) als een veelheid van spreektaal varianten . De oplossing die ‘Orientaal’ aanbiedt, is een variant die zich tussen het fushaa (voor de algemene termen) en het gesproken Egyptisch-Arabisch (voor de gangbare uitspraak) situeert. Wat een heel goede keuze is omdat iedereen in Noord-Afrika en het Midden Oosten deze taalvorm zal begrijpen. Egypte is namelijk het ‘Bollywood’ van Noord-Afrika en de grootste producent van Arabische soaps. En zoals overal in de wereld, heeft ook hier iedereen zijn favoriete soap (musalsal) die dan wel net zo makkelijk voor ons studenten Arabisch, in het Egyptisch is opgenomen. Je kunt je dus zeer goed verstaanbaar maken. Het omgekeerde is helaas, niet zo makkelijk. Daarom kregen we eerst onderricht over onderwerpen die voor de hand liggen (geld, tellen, bestellen, eten, drinken, iets aankopen, weg vragen etc..) of die een belangrijke rol spelen in de lokale dagelijkse beleving (de familie). Na twee jaar zwoegen en studeren, lukte me dit aardig, maar de stap naar het vlot Arabisch spreken over andere onderwerpen of een krant lezen is nog steeds een brug te ver. Ik blijf steken op een woordenschat van ongeveer 2000 woorden en je hebt er 6000 nodig om –met enige vorm van gemak – een krant te lezen. Wil ik me echt meer bekwamen, zou ik alle resterende vrije tijd hieraan moeten besteden.

Daarom heb ik zo veel respect voor mensen die daar wel in slagen. Tim Mackintosh-Smith is zo iemand. Een Engelsman, die de taal vlot beheerst, in Yemen woont en die in een erudiete en speelse stijl zijn wedervaren beschrijft met één oog op de geschiedenis van de streek en het andere oog op de eigenaardigheden van de plaatselijke cultuur. Kortom; reisliteratuur met een meerwaarde.




In ‘Yemen, travels in dictionary land’ schetst hij zijn gastland als een intrigerend kluwen van genealogie, landschapstopologie, taalkunde en geschiedenis, wat enorm veel anekdotes, weetjes en inzichten oplevert. Daarna treedt hij letterlijk in de voetsporen van Ibn Battutah een 14de eeuwse Marokkaanse geleerde en rechter die tussen 1325 en 1354 een expeditie maakte doorheen het toenmalige Noord-Afrika en het Midden Oosten ( zelfs tot in India en China) en dit allemaal uitvoerig liet optekenen.

Mackintosh-Smith volgde Ibn’s oorspronkelijke route in ‘Travels with a Tangerine’ en beschrijft gevat de verschillen die hij als hedendaagse reiziger opmerkt, maar tevens ook de elementen die ongewijzigd zijn gebleven sinds Ibn Battutah’s tijd. Deze wisselende gezichtspunten verrijken elkaar en je leert doorheen de ervaringen van Tim en Ibn Battutah zowel de landen, de cultuur als de mensen beter kennen, wat een kenmerk is van goede literatuur (fictie zowel als non-fictie). Het fysische landschap wordt aldus opgesmukt en wint aan betekenis door het literaire landschap dat er over heen wordt geschoven.

Maar daar stopt het niet, Boppers. Het zijn soms de kanttekeningen van de schrijver bij een bedenking van een persoon op een opmerking van een ander die in hun gelaagde en gecondenseerde vorm een boek net dat ietsje meer geven. Dat men op een literair landschap nog een literair landschap kan schuiven, en nog één… en dan door alle lagen heen kan breken met een welgemikte metafoor! Het oorspronkelijke reisverhaal van Ibn Battutah is trouwens opnieuw uitgegeven onder redactie van Mackintosh-Smith. Moet het gezegd dat ‘The travels of Ibn Battutah – edited by Tim Mackintosh-Smith’, klaarligt op mijn ’te lezen stapel’.

dinsdag 16 juni 2009

Roepen in de woestijn...

Dune… Arrakis…Desert Planet. Het boek van Frank Herbert veegde me letterlijk van de kaart toen ik het de eerste keer las. Je hebt zo van die boeken die je niet kunt neerleggen wanneer je er eenmaal in begonnen bent. Boeken die je opslorpen en alle besef van tijd doen verliezen, waarin je met open mond van de ene verbazing in de andere valt.Dune is een ambitieus epos waarin talrijke politieke intriges, persoonlijke afrekeningen, familiale vendetta’s, religieuze manipulaties, exotische gildes en sekten, planetaire ecologieën, dwingende profetieën, een superdrug (‘Spice Melange’) en conflicterende wereldvisies het toneel vormen voor een wervelend verhaal waarin de last van het verleden en de hoop op een betere toekomst op de jonge schouders van onze held, Paul Atreides worden gelegd.


Wanneer ik echt gepassioneerd ben door een verhaal, dan sluipen elementen van het boek het dagelijkse leven binnen, sommigen gaan er nooit meer weg. Voor mijn geestesoog zag ik op het voorhoofd van mijn huisdokter het ruitvormig embleem van een Suk dokter getatoeëerd, suiker in mijn thee werd Spice Melange, een wandelende non waargenomen in vol habijt werd een Bene Gesserit op weg naar een nieuwe intrige, een ritje met de wagen werd een vlucht met de omnithopter…Het overgrote deel van het verhaal in het eerste boek speelt zich af op Arrakis (Dune) een woestijnplaneet, habitat van een ruw volk dat heeft leren te overleven in de nietsontziende zandvlaktes. Ze droegen ‘stilpakken’ die hun lichaamsvochten recycleerden en krismessen gemaakt van de vlijmscherpe tanden van de zandwormen. Een latente interesse in de woestijn werd aldus opgeblazen door de amfetamines van de verbeelding.

En ik ben blijven lezen. ‘Grains of Sand’ van Martin Buckley is memorabel voor de inzet waarmee de schrijver alle woestijnen van onze planeet probeert te doorkruisen. Isabelle Eberhardt’s getroebleerde korte leven in ‘Een vrouw door de woestijn’,Hannie Halma en Arita Baaijens’ woestijnboeken, Wilfred Thesiger's legendarische trektochten door het ‘lege kwartier’ in Saoedi-Arabië, wellicht het meest dodelijke stukje woestijn op onze aardbol.

En toen een vriend me op een koude winteravond enthousiast vertelde over een kamelentocht in Tunesië, rijpte het plan om eindelijk eens zelf de confrontatie met de woestijn aan te gaan. Ik verzamelde vier vrienden die een dergelijke tocht wel zagen zitten en acht maanden later zaten we in het vliegtuig naar Djerba. Het was liefde op het eerste gezicht.

We trokken elke dag een beetje dieper de woestijn in, sliepen ’s nachts in het zand onder de sterrenhemel en aten vers brood dat de gidsen ’s morgen vroeg op houtskool hadden gebakken. We maakten lange dagtochten en zaten ’s middags onder een loden zon op een duintop te staren in de verte…om niets te zien…in complete stilte. We dronken lauw water dat smaakte naar ammoniak, lieten onze baarden staan en zongen samen met de Arabische kamelendrijvers rond het kampvuur. Het was fantastisch. En er gebeurde iets merkwaardigs. Waar ik de eerste dagen vanuit mijn ooghoeken nog een grote zandworm in een duinenrug kon ontwaren of met een gezel grapjes maakte over onze stilpakken (anti-UV woestijnhemd) of over onze ‘Spice Melange’ (pillen tegen de diarree), nam na een tijdje de woestijn het initiatief over. De schoonheid van het eindeloze zand had geen extra opsmuk nodig.

Een citaat van Edmond Faber legt het misschien beter uit. ‘Quand on a connu le désert, on lui reste à jamais redevable d’une épreuve bénéfique, celle qui vous enjoint d’oublier. Le silence du desert vous dépouille. Par là, vous devenez vous-même. C’est à dire: rien. Mais un rien qui écoute.
Het was een les in nederigheid. Sindsdien gaan we elk jaar terug naar de woestijn, niet in staat om te weerstaan aan de lokroep van het niets. Mijn bibliotheek woestijnboeken blijft maar uitbreiden. Frank Herbert heeft heel wat uit te leggen. Of misschien stond het altijd al in de sterren geschreven. Wat zei Honoré de Balzac ook al weer? ‘Le désert, c’est Dieu sans les hommes.’