Pagina's

Posts tonen met het label bestsellers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bestsellers. Alle posts tonen

zaterdag 24 januari 2015

The Thousand Autumns of David Mitchell

Total immersion in 18th century Japan from the perspective of Dutch VOC traders? A distinct possibility when you are reading 'The Thousands Autumns of Jacob de Zoet'. David Mitchell's tale of love, friendship, betrayal and mystery on Dejima and mainland Japan will leave you breathless and thoroughly impressed. The descriptions create a vivid world separated from your reading chair by only the thinnest of a paper veil.

Dejima (now a heritage site) was an artificial island that could be used by the Dutch VOC traders as a base of operations for profitable business with the Japanese. Rarely were the Dutch admitted on the mainland however, because Japan was off limits for 'aliens'. But because a shogun had decreed that trade with the Dutch was allowed under certain conditions the Dutch were preferred trade partners for a long period in history. This period, rich with exotic customs, possibilities for private gain, temporary Japanese wives for the upper echelons of the Dutch VOC employees, typhoons, slaves, strange and wonderful happenings and obsessive traditions, is now available to us through the literary prowess of one David Mitchell. The characters are memorable: from the troupe of clerks and translators, captains, and samurai's to the sweet heros of the tale: Orito, a Japanse midwife with a strong sense of honour and Jacob de Zoet, a lonely clerk burdened with a moral compass in the midst of less savoury and trustworthy individuals.

After I enjoyed the Bone Clocks and Cloud Atlas last year, I decided to read everything David Mitchell had ever written, so just recently I finished 'The Thousands Autumns of Jacob de Zoet' or as it is called in Dutch: 'De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet'. I read it in Dutch and I wholeheartedly recommend everyone who knows the language to do likewise. I usually try to read books in their original language, but here I made an exception. The translators Harm Damsma and Niek Miedema (Dutch names, if ever..) really added an extra dimension to the story by rendering the tale in the rich and succulent language actually spoken by the Dutch protagonists. Now the characters truly jump off the page. Their language is vibrant, baroque at times, often funny and dripping with delightful mutterings. No wonder Damsma and Miedema were nominated for the European Literature Prize for their work.

I highly recommend this book. Mitchell is firing on all cilinders here with this trademark storytelling, delicate prose and deft descriptions. And because you are in the Mitchellverse, don't be surprised if halfway through the story you suddenly feel yourself catapulted into another book. 'The Thousands Autumns' is another part of Mitchell's Uber-book, so be ready to meet some characters that also make appearances in other works. But it all comes together in the end and the book is therefor more of a narrative unit than Cloud Atlas and the Bone Clocks. But still...so many birds again. (What's with the birds anyway? He really should explain this sometimes, or then again perhaps not...)

Here is an interesting and recent talk from the very likeable Mr Mitchell. Enjoy!





woensdag 26 mei 2010

Eindspel

Laat ons nog even een andere klassieker bespreken. Een klassieker uit de SF genreliteratuur. Mensen vragen me wel eens: ‘Lees je nog steeds die SF boekjes?’ Alsof sterke karakterontwikkelingen, diepe inzichten in ’s mens beweegredenen, verfrissend taalgebruik en leesmomenten gekenmerkt door intense genoegdoening, nieuwe gedachteassociaties en emotionele inleving, slechts het voorrecht kunnen zijn van de literatuur met de grote ‘L’? Nee dus.

‘Ender’s Game’ van Orson Scott Card is tevens één van die zeldzame boeken die een brugfunctie vervullen. Het is een ideaal boek om kennis te maken met dit genre. Hoewel duidelijk onder deze noemer ingeschreven ligt de klemtoon wel op het vertellen van een knappe en meeslepende kroniek van een held tegen wil en dank, vol met morele dilemma’s en een zeer onverwachte en bevredigende ontknoping. Maar de SF setting geeft het verhaal ook nog eens een exotische (als in vreemd en onverwacht) kleur als de mogelijkheid diverse decors te creëren waartegen het verhaal in al zijn ettelijke verwikkelingen en thema’s wordt uitgediept. (PS: 90 besprekingen met het maximale aantal sterren op Amazon.uk als je me niet gelooft!)


De aarde heeft op het nippertje een nederlaag kunnen afwenden tegen een ras van buitenaardse wezens dat nog het meest kan vergeleken worden met denkende insecten. Maar de eindafrekening komt eraan. Men heeft steeds geweten dat de buitenaardsen zouden terugkomen om ons voor eens en voor altijd af te maken. Dit moment – reeds voor 80 jaar voorzien – komt nu dichterbij. De spanning en vrees stijgt. Helaas zijn er geen generaals of soldaten met oorlogservaring nog in leven. Hoe kunnen we ooit nog winnen? Daarom hebben de regeringen reeds een tijdje een omvattend plan gestart om via natuurlijke selectie een ras van strategisch begaafde soldaten te creëren. Kinderen worden op vroege leeftijd geselecteerd en bij hun ouders weggenomen om na een opleiding en een slopende reeks ‘war games’ al dan niet weerhouden te worden als piloot, officier of als de generaal die tijdens de eindafrekening de massa troepen zal aanvoeren. De kandidaten worden getraind op de ‘Battle School’ een satelliet in een baan om de aarde omdat de vele testgevechten worden gespeeld in gewichtloze toestand in een 3D omgeving. De opleiding is brutaal. De competitie tussen de teams wordt in de verf gezet, pesten wordt aangemoedigd, het fysisch gevaar is soms zeer reëel.

Het verhaal start met de selectie van Andrew Wiggin – ook Ender genoemd – voor de ‘Battle School’. Al snel toont hij potentieel dat door zijn leraren zonder enige schroom veelvuldig op de proef wordt gesteld. We zien hoe Ender omgaat met de stress en de vele uitdagingen die op zijn jonge schouders worden gelegd. De manier waarop Ender met zijn teamleden omgaat en hoe hij probeert bovenaan de wedstrijdtabel te blijven door steeds maar op de proppen te komen met nieuwe manieren om een van de steeds complexere en moeilijkere testgevechten met zijn team te winnen, is een van de vele geneugten van het boek.

Hoewel dit een boek is over kinderen, is dit geen boek voor kinderen. Dikwijls voel je als lezer enig ongemak bij de keuzes die de mensheid heeft genomen om zijn overleving veilig te stellen. Heiligt het doel altijd de middelen? Is genocide toegestaan? Wat is geoorloofd? In die zin is het boek zeer confronterend. Naast deze thema’s en het verhaal van de geboorte van een oorlogsgenie zijn er ook tal van verwikkelingen in de rand die de soep kruiden. Zoals Peter en Valentine, oudere broer en zus van Ender die eerder niet werden weerhouden voor de ‘Battle School’, de één wegens zijn extreem gewelddadig karakter, de andere voor haar mededogen en die op hun eigen manier hier mee omgaan (waarmee Scott Card eigenlijk reeds de blogosfeer voorspelt in 1977), de slinkse wijze waarop de leraren en trainers van de ‘Battle School’ proberen de psychische toestand van hun pupillen op te volgen, de extreme ‘weapons of mass destruction’ en nog zoveel meer. Maar dat moet je maar zelf lezen. Hoef ik er nog bij te vertellen dat het boek ook de twee grootste prijzen uit het SF vakgebied heeft binngehaald bij zijn verschijnen, de Hugo en de Nebula award.
Later zijn er nog vervolgboeken op verschenen. Maar die bespeelden eerder andere thema’s en hadden niet zo veel gemeenschappelijk meer met ‘Ender’s Game’. Scott Card is later wel nog teruggekeerd naar het Ender universum door het oorspronkelijke verhaal opnieuw te vertellen, maar toen vanuit het perspectief van één van Enders teamleden, Bean.

Dus Boppers, open die poort en maak kennis met een nieuwe wereld.

zondag 11 april 2010

Zeg me wat je leest...

Soms ontsluit een klein artikel een wereld van mogelijkheden en verhalen. Een beetje fantasie zet je al een goed eind op weg. Zei Proust al niet dat hij evenveel valabele inzichten haalde uit een zeepadvertentie als uit de ‘Pensées’ van Pascal?

Ik ga me niet meten met een schrijver van dergelijk allooi, maar soms sta ook ik stil bij wat op het eerste zicht een gecomprimeerd weetje lijkt, maar wat bij een tweede overpeinzing plots een eigen leven kan gaan leiden. Ik heb het over een boekenlijstje in de ‘Standaard Der Letteren’ van 9 april, meer bepaald de non-fictie bestsellerlijst. Het lijkt me dat ik onze ganse volksaard kan reconstrueren uit de kwansuis opgesomde boeken.

Wel moet ik waarschuwen dat een begrip als ‘volksaard’ of ‘identiteit’ een geladen term is. Ik geloof er trouwens niet zo in. Het definiëren van een volksaard ontaardt spoedig in een gevecht dat draait om kleine narcistische verschillen die de neiging hebben zich verder te profileren tot alleen het eigen subject als maatstaf overblijft. Zo konden onze zuiderburen onlangs getuigen toen ze in een verlicht moment de ‘Franse’ volksaard gingen beschrijven. Als deze oefening al iets mocht opleveren dat ‘de’ Fransman karakteriseert, dan is elk overgebleven kenmerk op die lijst vanuit een ander gezichtspunt even goed van toepassing op de Yanamamo indianen van Brazilië…ik zeg maar wat. Ook zij zijn met hun twee uur werk per dag duidelijk gewonnen voor de verkorte werkweek. Soit. Deze uitweiding had tot doel de grote voorwaardelijke wijsheid van de volgende paragraaf te onderstrepen.

Want als ik het lijstje afloop, dan kan ik niet vermijden dat er zich voor mijn geestesoog een beeld vormt dat me niet zo vreemd is. We hebben graag een eigen huis, nietwaar? (op 8: Wonen met stijl. Dromen van huizen.) En we houden het graag proper en net. (op 10: Sien en Maria.) We eten graag veel en goed. (op 3, 5 en 6: SOS Piet.) Als gevolg worden we soms geplaagd door een zondig besef. (op 4: De 10 principes voor een leven lang slank, van Sonja Kimpen.) We kijken graag naar de koers. (op 1: Flandriens en op 7: Het Ultieme Wielerhandboek van Tom Boonen.) En die islam, die blijft ons bezig houden. (op 2: Wie is er bang van de islam, van Selahattin Koçak en op 9: Nomade van Hirsi Ali.)

De Vlaming in een notendop? Bah nee, ‘de’ Vlaming bestaat net zo min als ‘de’ Fransman. Hooguit kunnen we concluderen dat we eigenlijk niet zo veel van elkaar verschillen en kunnen de analisten van de CIA hun landenprofiel weer wat updaten.

Als de Boppers iets moeten onthouden dan is het Proust’s wijze raad. Decomprimeer de kleine berichtjes uit de krant en ontdek een wereld van verschil.
PS. Een ander berichtje in dezelfde krant: Malcolm McLaren, één van de boegbeelden uit de punkscène van de jaren 70 is overleden, zijn zoon is eigenaar van het lingeriemerk Agent Provocateur… Wat zou Proust hierin hebben gelezen?