Pagina's

Posts tonen met het label avontuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label avontuur. Alle posts tonen

dinsdag 15 juni 2010

Hoe snel ? (2)

We hebben het hier al even gehad over de voordelen van het trage reizen. Meer en meer mensen raken overtuigd van het nut van een gezapig tempo, en dat niet alleen tijdens het reizen. De ‘slow movement’ beweging gaat verder dan het reeds gekende ‘slow cooking’. Zo pleiten ze ook voor een ander tempo bij het reizen, er is de ‘slow living’ (lees: mindfullness) en er zijn blijkbaar ook reeds trage steden. (Cittaslow) Gisteren nog met iemand gesproken die zijn vakanties thuis doorbrengt in de nabijheid van de frigo en de kelder want ‘zo heb je alles direct bij de hand’. Over die frigo gesproken. Je kunt op reis gaan en toch je frigo bij de hand houden zoals Tony Hawks bewees in zijn reisboek: ‘Round Ireland with a Fridge’.

Dit heeft aanleiding gegeven tot een soort van subgenre van het reisboek waarin allerlei knakkers een reis maken met een onverwachte insteek. Dan Kieran & Ian Vince schreven een boek over hun belevenissen met een oude elektrische melkwagen. Ze reisden ermee van de oostkust van Engeland (Lowestoft) naar Land’s End in het uiterste puntje van Cornwall. In ‘Three men and a float – Across England at 15 mph’ doen ze er een maand over om hun bestemming te bereiken. Minstens tweemaal per dag moeten ze de batterijen van de melkwagen opladen. Het wordt dus evenzeer een zoektocht naar de zin van het reizen, de dagelijkse stroomvoorziening (een speciale amperage is nodig waardoor ze hun wagen niet zomaar in een normaal stopcontact kunnen pluggen zonder de boel kort te sluiten), als naar de makkelijkste weg zonder al te grote heuvels of hoogteverschillen. Ze worden zowel door de techniek als door de ongeduldige medemens in de wagens achter hen zwaar op de proef gesteld. Gelukkig hebben ze als derde man Prasanth Visweswaran mee, een stoïcijns elektrisch ingenieur met dreadlocks en een caffeïneverslaving. Het boek leest vlotjes, net zoals de melkwagen (de ‘Mighty One’ genoemd) schijnbaar moeiteloos elk obstakel overwint. Daarbij is het geschreven in – wat ik denk een erkende hedendaagse dagboekstijl is geworden voor reisverhalen – half komisch, half ideologisch, associatief en informatief.

Toch zijn er twee elementen die na het lezen van dit boek blijven hangen. Mensen zijn behulpzaam. Bijna iedereen die ze tegenkomen helpt hen verder. De melkwagen blijkt een fantastische ijsbreker en ook helpt het om er als reiziger vredelievend uit te zien, niet bedreigend, heet dit dan. Je kunt bezwaarlijk een voertuig vinden met een hogere aaibaarheidsfactor. (Als dat zou bestaan voor wagens.)

Een tweede conclusie die de schrijvers maken, is dat het reizen uiteindelijk het doel om in Land’s End te geraken, oversteeg. De reis werd doel op zich. Het verplichte trage reistempo maakt hen opmerkzaam voor een hele reeks toestanden en gebeurtenissen die ze vanuit een sneller vervoermiddel niet zouden hebben waargenomen. Je hebt meer contact met de mensen en het landschap, en mijmeren en vertellen, halen het op foeteren en zich haasten. Wat begon als een vaag ecologisch project, werd al snel een filosofische oefening, een reflectie op de impact van de industrie op het landschap, de zonden van overijverige stadsplanners, en de voordelen van het nemen van je tijd. Het terugnemen van de tijd. Zie ze aan het werk in deze korte video.

woensdag 26 mei 2010

Eindspel

Laat ons nog even een andere klassieker bespreken. Een klassieker uit de SF genreliteratuur. Mensen vragen me wel eens: ‘Lees je nog steeds die SF boekjes?’ Alsof sterke karakterontwikkelingen, diepe inzichten in ’s mens beweegredenen, verfrissend taalgebruik en leesmomenten gekenmerkt door intense genoegdoening, nieuwe gedachteassociaties en emotionele inleving, slechts het voorrecht kunnen zijn van de literatuur met de grote ‘L’? Nee dus.

‘Ender’s Game’ van Orson Scott Card is tevens één van die zeldzame boeken die een brugfunctie vervullen. Het is een ideaal boek om kennis te maken met dit genre. Hoewel duidelijk onder deze noemer ingeschreven ligt de klemtoon wel op het vertellen van een knappe en meeslepende kroniek van een held tegen wil en dank, vol met morele dilemma’s en een zeer onverwachte en bevredigende ontknoping. Maar de SF setting geeft het verhaal ook nog eens een exotische (als in vreemd en onverwacht) kleur als de mogelijkheid diverse decors te creëren waartegen het verhaal in al zijn ettelijke verwikkelingen en thema’s wordt uitgediept. (PS: 90 besprekingen met het maximale aantal sterren op Amazon.uk als je me niet gelooft!)


De aarde heeft op het nippertje een nederlaag kunnen afwenden tegen een ras van buitenaardse wezens dat nog het meest kan vergeleken worden met denkende insecten. Maar de eindafrekening komt eraan. Men heeft steeds geweten dat de buitenaardsen zouden terugkomen om ons voor eens en voor altijd af te maken. Dit moment – reeds voor 80 jaar voorzien – komt nu dichterbij. De spanning en vrees stijgt. Helaas zijn er geen generaals of soldaten met oorlogservaring nog in leven. Hoe kunnen we ooit nog winnen? Daarom hebben de regeringen reeds een tijdje een omvattend plan gestart om via natuurlijke selectie een ras van strategisch begaafde soldaten te creëren. Kinderen worden op vroege leeftijd geselecteerd en bij hun ouders weggenomen om na een opleiding en een slopende reeks ‘war games’ al dan niet weerhouden te worden als piloot, officier of als de generaal die tijdens de eindafrekening de massa troepen zal aanvoeren. De kandidaten worden getraind op de ‘Battle School’ een satelliet in een baan om de aarde omdat de vele testgevechten worden gespeeld in gewichtloze toestand in een 3D omgeving. De opleiding is brutaal. De competitie tussen de teams wordt in de verf gezet, pesten wordt aangemoedigd, het fysisch gevaar is soms zeer reëel.

Het verhaal start met de selectie van Andrew Wiggin – ook Ender genoemd – voor de ‘Battle School’. Al snel toont hij potentieel dat door zijn leraren zonder enige schroom veelvuldig op de proef wordt gesteld. We zien hoe Ender omgaat met de stress en de vele uitdagingen die op zijn jonge schouders worden gelegd. De manier waarop Ender met zijn teamleden omgaat en hoe hij probeert bovenaan de wedstrijdtabel te blijven door steeds maar op de proppen te komen met nieuwe manieren om een van de steeds complexere en moeilijkere testgevechten met zijn team te winnen, is een van de vele geneugten van het boek.

Hoewel dit een boek is over kinderen, is dit geen boek voor kinderen. Dikwijls voel je als lezer enig ongemak bij de keuzes die de mensheid heeft genomen om zijn overleving veilig te stellen. Heiligt het doel altijd de middelen? Is genocide toegestaan? Wat is geoorloofd? In die zin is het boek zeer confronterend. Naast deze thema’s en het verhaal van de geboorte van een oorlogsgenie zijn er ook tal van verwikkelingen in de rand die de soep kruiden. Zoals Peter en Valentine, oudere broer en zus van Ender die eerder niet werden weerhouden voor de ‘Battle School’, de één wegens zijn extreem gewelddadig karakter, de andere voor haar mededogen en die op hun eigen manier hier mee omgaan (waarmee Scott Card eigenlijk reeds de blogosfeer voorspelt in 1977), de slinkse wijze waarop de leraren en trainers van de ‘Battle School’ proberen de psychische toestand van hun pupillen op te volgen, de extreme ‘weapons of mass destruction’ en nog zoveel meer. Maar dat moet je maar zelf lezen. Hoef ik er nog bij te vertellen dat het boek ook de twee grootste prijzen uit het SF vakgebied heeft binngehaald bij zijn verschijnen, de Hugo en de Nebula award.
Later zijn er nog vervolgboeken op verschenen. Maar die bespeelden eerder andere thema’s en hadden niet zo veel gemeenschappelijk meer met ‘Ender’s Game’. Scott Card is later wel nog teruggekeerd naar het Ender universum door het oorspronkelijke verhaal opnieuw te vertellen, maar toen vanuit het perspectief van één van Enders teamleden, Bean.

Dus Boppers, open die poort en maak kennis met een nieuwe wereld.

donderdag 25 maart 2010

Deadliest Catch! In memoriam: Kapitein Phil Harris 1956-2010.

Ik heb een vriend. Je kunt hem bezwaarlijk een avonturier noemen. Liever geniet hij van een frisse pint dan van een trektocht in de Hoge Venen. Hij is ooit eens op skivakantie geweest maar was daar vooral gewonnen voor het concept ‘après-ski’. En toch is hij gefascineerd door het TV programma ‘Deadliest Catch’, momenteel te zien op Discovery. Gebiologeerd staart hij avond na avond naar de avonturen van Kapitein Sig en diens bemanning van de ‘Northwestern’ die dapper de woeste Beringzee trotseren op jacht naar reuzekrab. Hij spreekt vol lof over Kapitein John van de ‘Time Bandit’ en leeft mee met het harde bestaan van deze vissers die ijskoude wind, reuzenhoge golven en slaaptekort moeten overwinnen om hun quota krab te kunnen binnenhalen. Mijmerend heeft hij het over neo-nemrods, nautische helden die overeind blijven op een cocktail van testosteron, adrenaline en koffie en lachen met de krachtige rukwind die hen voortdurend probeert overboord te blazen.

Ook ik moet toegeven dat het programma een vreemde aantrekkingskracht uitoefent. Is het de rustgevende herhaling van het bovenhalen van de volle krabkorven of de roep van een meer simpele ambacht in een wereld vol toenemende complexiteit? Feit is dat de vissersvloot van Dutch Harbour, Alaska de Emmy Awards opstapelt en dat ik graag vanuit mijn luie zetel meedein op de ruwe golven van een onbarmhartige zee, misprijzende maîtresse van de schijnbaar uit kryptoniet opgetrokken zeebonken.
Dit harde leven dat me probeert te verleiden, is me echter niet volledig onbekend.

In de beste traditie van deze blog, bespreek ik graag een boek van Redmond O’Hanlon over zijn avonturen op de ‘Norlantean’, een Schotse vissersboot. In ‘Trawler' – o zo correct vertaald als ‘Storm’ – lezen we hoe Redmond (bekend van ‘Into the Heart of Borneo’ en ‘Congo Journey’) meereist met de vijfkoppige bemanning van een treiler uit Stromness (Orkney Islands) die de visvelden rond de poolcirkel frequenteert. Zeeziekte en slaaptekort zijn ook hier aan de orde. Het vissen in deze gevaarlijke noordelijke wateren (soms tot op een diepte van een kilometer) te midden van orkanen en sneeuwstormen moet in niets onderdoen voor de wedervaardigheden van de ‘Dealiest Catch’ crews. Redmond beschrijft het allemaal in zijn typische Britse laconieke stijl. Je ligt met hem mee te kotsen over de boeg, je staat te slapen tussen twee sorteerbeurten in en je ontbijt mee op gefrituurde marsrepen om voldoende calorieën binnen te krijgen. Ja beste Boppers, soms helpt het een schrijver om een beetje gek te zijn in z'n jacht naar boeiende verhalen.

vrijdag 19 maart 2010

Born to Run...

Funrunners zeggen wel eens dat marathonlopers getikt zijn. Wij marathonlopers zeggen hetzelfde van ultralopers; die zijn pas geschift. Wie loopt er nu 60 km of meer? Maar ze bestaan. In ‘Born to Run’ maken we kennis met een stam indianen die onder lange afstandslopers een mythisch statuut hebben bereikt: de Tarahumara indianen uit de Mexicaanse ‘Copper Canyons’.

Christopher McDougall, loper en journalist, gaat naar deze superlopers op zoek en vindt ze uiteindelijk met wat hulp van ‘Caballo Blanco’, een enigmatische drop-out die zijn dagen vult met lopen en er van droomt een wedstrijd in te richten tussen de Tarahumara en het kruim van de hedendaagse ultralopers. Zal dit wel lukken? De Tarahumara zien lopen als een feest, een manier om de banden tussen families en dorpen nauwer aan te halen…niet als een wedstrijd. Iedereen loopt er. Zowel jong als oud doen mee aan het populaire loopspel dat inhoudt dat men als één team (tot dagenlang) achter een bal aanholt…op sandalen!

En zo komen we tot een van de hoofdthema’s van dit vlot geschreven relaas. De Tarahumara lopen zonder gesofisticeerd materiaal massa’s kilometers…onder een moordende zonnehemel…zonder blessures …en dit een leven lang. McDougall bouwt zijn betoog rustig op en baseert zich op heel wat wetenschappelijk materiaal om aan te tonen dat de beste manier van lopen, het lopen op blote voeten is. Het aantal blessures onder westerse lopers is sinds de introductie van de moderne loopschoen enkel gestegen. Je zou denken dat de schoen ons beschermt tegen blessures. Maar de voet houdt er niet van ingeklemd te zitten. Vele medische wetenschappers erkennen dit. De voet moet kunnen afrollen en de ondergrond correct kunnen inschatten, niet gemedieerd door de dikke zool van onze high-tech loopschoenen.

McDougall krijgt uiteindelijk een aantal toplopers bereid om deel te nemen aan de race. Ook Scott Jurek, een internationaal bekende ultraloper en veelvuldig kampioen, daalt af naar de Copper Canyons waar de race zal plaatsvinden. Het wordt een memorabele wedstrijd..maar wat overblijft is het wederzijds respect, de intense voldoening en het pure loopplezier.

Dit is de tweede stelling van het boek. Het lopen zit in ons. Het is een natuurlijk product van de evolutionaire keuzes die we als oerjager reeds vroeg hebben gemaakt. Hoewel we niet de snelste lopers waren op de savanne, hebben we wel het ‘persistence hunting’ ontwikkeld om onze prooien uiteindelijk tot uitputting te dwingen. Als mens zijn we unieke lopers, daar we onze temperatuur kunnen reguleren via onze huid en niet via de mond zoals veel andere zoogdieren. Onze ademhaling is ook onafhankelijk van onze tred. Niet zo bij dieren die bij elke pas slechts één ademteug kunnen nemen. Wij kunnen dus blijven rennen, antilopen en ander lekkers niet! Dus gaan ze uiteindelijk in warmteshock. Deze manier van jagen kon tot in de vorige eeuw nog worden waargenomen onder de bushmen van de Kalahari woestijn.

Born to Run indeed Boppers! Het boek eindigt met een pertinente vraag. Als we toch allemaal lopers zijn, waarom lopen dan zoveel mensen niet graag? Hier blijken eeuwenoude reflexen nog ons gedrag voor te schrijven. Ons brein herinnert er ons voortdurend aan ons niet te vermoeien. Om krachten te sparen. Dat was vroeger goed advies. Het kon altijd gebeuren dat na een dag lopen en jagen er plots een troep hyena’s ongevraagd op de lunchafspraak verscheen en we ons uit de voeten moesten maken. Maar die situaties komen nu veel minder voor. Toch loopt dit ‘rust’-imperatief nog door waardoor we liever op de sofa blijven zitten wanneer een fikse loop in het lentefrisse weer een beter alternatief zou zijn!

vrijdag 19 februari 2010

Getting even...

Een goed boek is soms gewoon niets anders dan een manier om even weg te zijn. Het brein is van een dergelijke goedertierendheid dat het ons toelaat middels een aantal gedrukte woorden een wereld van nieuwe ervaringen te ontsluiten. Onze frontale cortex gaat bovendien storende stimuli even buitensluiten zodat we ons ongegeneerd kunnen overgeven aan een tijdelijk avontuur. Ons empathisch vermogen - een ander overgeërfd overlevingsmechanisme - zorgt er voor dat we meegezogen worden in de avonturen van de protagonist.

Een specifiek thema dat regelmatig terugkeert, is de nood aan wraak voor aangedaan onrecht. Hoe 'haat' de hoofdpersoon zich wreken en gaat hij gelouterd, verteerd of gelaten de eindmeet halen? Het houdt ons blijkbaar bezig. Er zijn studies die aangeven dat ook dit een overgeërfd behoudsgezind mechanisme is. Bij moord houdt de onmiddellijke weerwraak door de clan tevens de boodschap in dat men niet ongestraft iemands leven neemt. Het is dus - paradoxaal genoeg - een trap hoger op de ladder naar een beschaafde samenleving.

Een boek dat generaties lezers aan de leesstoel gekluisterd heeft gehouden, is Alexandre Dumas' 'De Graaf van Mont-Christo'. Er wordt Edmond Dantes zoveel onrecht aangedaan dat de lezer zich eveneens ontzet voelt en niets anders kan dan Dantes barok uitgewerkte wraakplannen toejuichen. Het is een klassieker. En klassiekers keren altijd terug.

Zo kreeg ik een déjà-vu, toen ik vorig jaar 'The Stars' Tennis balls' van Stephen Fry las. Ik had maar na enkele hoofdstukken door waar het verhaal naar toe leidde. Maar plots valt dan die frank. Het boek is een getrouwe maar inventieve herschrijving van Dumas' boek in een geheel nieuwe en meer moderne setting. Weer liet ik me meeslepen, ditmaal met de ongelukkige avonturen van Ned, Dantes' kloon.

Een ander wraakverhaal waarbij de protagonist zich bijna verliest in zijn haatgevoelens is het bekende 'The stars my destination' van Alfred Bester. Gully Foyle wordt aan zijn lot overgelaten na een schipbreuk en gaat op zoek naar de schuldigen. Tijdens zijn zoektocht transformeert hij zichzelf van een ruwe op wraak beluste onhebbelijke barbaar tot een intelligent en geschoold individu. Maar zijn gewelddadige natuur kan hij niet loochenen en zijn woedeaanvallen blijven zichtbaar doorheen zijn verwijderde oude gezichtstatoeages als rode striemen. Geschreven in de jaren '50 kon het net zo goed hedendaagse cyberpunk zijn. De leefwereld waarin Gully zijn gelijk wenst te halen is uiterst creatief vorm gegeven. Weer een klassieker. Voor alle duidelijkheid, het is vintage SF.

Dus Boppers, omhels eens het wraakthema, maar dan wel vanuit de leeszetel en proef de zoete overwinning van Edmond, Ned en Gully als een antigif voor die gevoelens van frustratie wanneer je op de baan weer eens door een agressieve chauffeur ei zo na van de weg wordt gereden.

maandag 1 februari 2010

In de donkere uren...

Het leven kan je toelachen. Wanneer je op een zonovergoten terras rustig zit te genieten van een heerlijke rosé. Wanneer je met een goed boek gezellig in bed de uren ligt weg te lezen. Je kunt je in topconditie voelen wanneer dat duurloopje je geen enkele inspanning kostte. Maar dan stap je in een overvolle lift die blijft hangen tussen twee verdiepingen en je meent een rookgeur gewaar te worden. Of je neemt de Eurostar die even later stilstaat in het midden van de tunnel onder de Noordzee en in gedachten zie je het zeewater langzaam binnensijpelen doorheen de scheuren in de zachte kalksteen. Of je loopt over het kerkplein en midden het plein voel je je plots overmand door een panische angst. Het zweet breekt je uit, je hart gaat uitzinnig te keer en je keel wordt gortdroog.

Iedereen van ons heeft wel in mindere of meerdere mate last van een huis-, tuin of keukenangstje. Laten we elkaar geen mietje noemen. Het is nu eenmaal zo. Sommigen kunnen het gewoon beter wegsteken dan anderen. Het is net deze aanwezigheid van onze eigen ongrijpbare en soms irrationele schrikreactie die ons in staat stelt mee te leven met de penibele en levensbedreigende situatie van de held of heldin in een avonturenverhaal of film.

Persoonlijk heb ik een fascinatie voor duikboten. Soms stel ik mij de vraag of ik een reis onder het poolijs of langs de stille dieptes van de Stille Zuidzee met een duikboot zou durven meemaken? Hoogstwaarschijnlijk wel maar toch word ik heen en weer geslingerd tussen mijn mateloze interesse voor deze sierlijke Behemoths van de diepzee en mijn knagende angst om in een dergelijk gevaarte vast te komen zitten terwijl het ijskoude water steeds meer compartimenten onder water zet.


Misschien verklaart dit wel mijn interesse in aanverwante literatuur. ‘Blind Man’s Bluff’ vertelt de geschiedenis van de spionageactiviteiten van de Amerikaanse marine en hun duikboten tijdens de hoogdagen van de koude oorlog. Dit boek leest als een thriller en neemt ons mee in een wereld waar stalen zenuwen, lef en koelbloedigheid op het curriculum van elke onderwatermatroos stonden. ‘The Hunt for Red October’ en ‘Das Boot’ vallen nogal licht uit in vergelijking met sommige exploten die in het boek worden beschreven.

In het ongewoon spannende boek van Peter Maas ‘The Terrible Hours’ wordt het verhaal verteld van de ‘Squalus’ een duikboot die zonk naar de bodem van de Noord Atlantische oceaan. Dit relaas vat de tergende onzekerheid van de bemanning en het thuisfront terwijl Swede Momsen en zijn team een reddingsactie op touw zetten die na 39 nagelbijtende uren uiteindelijk leidt tot de bevrijding van 33 bemanningsleden. Swede was een onderzeematroos die gans zijn leven had geijverd voor meer veiligheid aan boord van duikboten. Hij was de uitvinder van heel wat levensreddende toestellen zoals de ‘Momsen Long’.


De 118 opvarenden van de ‘Kursk’ hadden niet zoveel geluk. Ruslands’ ergste onderzee tragedie wordt opnieuw tot leven gebracht in ‘Kursk’ door Peter Truscott. Je blijft aan je stoel genageld zitten bij het lezen van dit trieste verhaal dat ons gelijktijdig ook een blik gunt in Putin’s Rusland en zijn toenmalige regime. Een regime in transitie dat er niet in slaagde een coherente reddingsoperatie te organiseren en aldus zijn bevolking danig teleurstelde.

Ja Boppers, dan blijven we toch liever op het droge wat wegdromen. En slikken we nog even dapper vooraleer we de Eurostar opstappen voor een citytripje. En oh boy, ben ik telkens blij als we aan gene zijde aan de bovenkant komen.

vrijdag 22 januari 2010

A Sea of Words...

Momenteel lopen op de BBC een aantal interessante documentaires, waaronder ‘Empire of the seas: How the Navy forged the Modern World’. Hierin schetst historicus en zeiler Dan Snow ons een complex en gelaagd beeld van het ontstaan van de Britse Navy en haar verbondenheid met de economische en politieke geschiedenis van het land. Tijdens haar hoogdagen in de achttiende -negentiende eeuw was de Britse marine een onderneming van gargantueske proporties, zo niet de grootste industrie van het toenmalige geo-economische landschap. Het is een periode waarin zeemanskunst en scheepsbouw gebaseerd op een hout-en-touwen technologie tot volle wasdom komen. Literatuur die handelt over deze turbulente periode is er in overvloed voor de amateur geschiedkundige.

Tom Pocock schetst in zijn onvolprezen biografie van Horatio Nelson, het avontuurlijke en passionele leven van één van de kernfiguren uit deze periode, het emblematische lichtend voorbeeld van een generatie zeelui en militaire strategen, een figuur geliefd en populair bij een Engelse bevolking die nog steeds toast op deze ‘immortal memory’, een persoon wiens levensloop tot de verbeelding blijft spreken, zowel in staat tot gerichte actie, koele logische besluitvorming, als amoureuze escapades, begeestering en onvoorwaardelijke vriendschap. In staat tot het overwinnen van persoonlijke en professionele tegenslagen, moedig en recht door zee, blijft hij de belichaming van een aantal romantische noties en aspiraties van een voorbije tijd.
Het blijft echter een brutale tijd waarin een leven op deze oorlogsbodems niet zonder gevaar was, zoals ook Nelson zelf mocht ondervinden toen hij getroffen werd door een kogel van een sluipschutter die in het want van het vijandelijke schip, de ‘Redoutable’ had plaatsgenomen, tijdens de slag om Trafalgar.

Nauw in de pas met de ontwikkeling van een leven op zee en meer bepaald met de kennis en kunde van pilotage, tuigage en rompenbouw, ontwikkelt zich ook een terminologie wiens diepte en verfijning geen weerga kent. Voor eenieder vertrouwd met de avonturenromans van Patrick O’Brian over de fictionele held Jack Aubry, zijn kompaan Maturin en hun avonturen in de Britse Marine ten tijde van Nelson, is het soms zuchten en ploeteren doorheen het Engelse zeevaartidioom. Daaraan werd echter verholpen met de publicatie van ‘A Sea of Words’, een woordenboek met nautische termen en begrippen uit deze periode met inbegrip van referenties naar toenmalige figuren, plaatsen en gebruiken. Voor iemand die van taal houdt, is dit boek als een doos pralines. Men zegt altijd dat de Inuit 7 verschillende woorden hebben voor sneeuw, maar er bestaan er minstens evenveel om de diverse types touw en knopen te omschrijven om één bezaanzeil op te hijsen…Ook in het Nederlands blijkt ons nautisch verleden (meer bepaald dat van onze noorderburen) een rijke bron van gezegden, woorden en begrippen voor ons taalreservoir. Voorbeeld? Op de valreep betekent ‘nog net’. Maar de valreep was ook een touw dat een sloep met de boot verbond, wie dus aan dat touw stond, was klaar om te vertrekken.

Nu, om deze machinerie te onderhouden was een ganse schaduwindustrie ontworpen die verantwoordelijk was voor de toelevering van materialen, het ontwerpen en bouwen van schepen, het aanleveren van levensmiddelen, het uitbetalen van het prijzengeld, het opstellen van kaarten en navigatiemateriaal en het administratief en financiële beheer van deze onderneming. Tot welk detail dat werd uitgewerkt en in procedures en regels werd gegoten staat uitgelegd in het boek ’The Wooden World’ van N.A.M. Rodger. Het behandelt onder andere ook de meer sluikse manieren die gebruikt werden om een bemanning aan te monsteren, de verschillende overtredingen die men op zee kon begaan en bijhorende aangepaste lijfstraffen, hoe de hiërarchie er uitzag en hoe men carrière kon maken maar ook hoe meticuleus de schepen werden onderhouden en schoongemaakt. Een ware schatkamer aan informatie die een boeiend stukje geschiedenis tot leven wekt.

Dus hijs het vaantje beste Boppers en ga zeilen op die zee van woorden, Horatio Hornblower achterna.

woensdag 28 oktober 2009

Reizen om te leren?

Binnenkort vertrek ik terug op reis. Ditmaal naar Marokko. Hoe bereid je jezelf voor op een reis teneinde er zo veel mogelijk uit te halen? Laat ons eerst duidelijk maken wat dat 'er uit halen' betekent. Het is duidelijk dat eenieder wel een ander doel beoogt met een reis. Te veel maken we de fout om onszelf als ijkpunt te nemen in een poging de beweegredenen van anderen te begrijpen. Ook hier is niets voor de hand liggend en loont het om even verder te kijken dan de neus lang is. Mensen benaderen elke situatie of een appel naar hen toe, op een andere wijze, ingekleurd door een veelheid van meegegraaide ervaringen, eerder permanente en fundamentele subjectief verschillende posities ten opzichte van de grote symbolische wereld om hen heen, maar ook gekleurd door hormonale fluctuaties, de hoeveelheid nachtrust, de regelmatigheid van de stoelgang, het fysisch welzijn en/of door vluchtige emoties en andere toevalligheden.

Dit maar om aan te geven dat we het dikwijls niet weten waarom de een zo en de ander zus reageert. En dus ook niet waarom die persoon nu net deze reis maakt. De subjectieve pasmunt van de motivatie is dan wel soms nog zichtbaar, de eventuele opbrengsten in deze mentale economie soms veel minder. Kortom, terug naar de steekproef van één: mezelf dus. Want soms leert men meer uit de nauwgezet uiteenrafelen van één bepaalde en subjectieve handeling, dan uit de poging een algemeen globaal model uit te bouwen waarin iedereen dan willens nillens moet passen. Dat wist Proust ook al. Hoewel hij er eerder van uitging dat iedereen fundamenteel gelijk is en dat we in een goede romanfiguur altijd dingen van onszelf kunnen herkennen en zo iets kunnen leren over onszelf. Dit is ook een waarheid, uitgestald vanuit een ander gezichtspunt.

Ik maak een onderscheid tussen een reis op vertrouwd terrein, zonder al te veel verrassingen, maar met een wissel op een zekere vorm van rust en goed weer en een reis die misschien wel kan leiden tot wat verrassingen. Een reis die wat verwondering kan oproepen. Een reis die ons een beetje dooreen schudt en toont dat er ook andere manieren zijn om in de wereld te zijn, en dat we - om een cliché te gebruiken - mogelijks een en ander kunnen leren van een andere cultuur, iets dat ons kan verrijken. Zo mag ik graag reizen naar Noord-Afrika, naar de woestijnen en merken dat men daar toch iets anders omgaat met elkaar, met de tijd, met de omgeving. Die confrontatie met andere waarden, bruuskeert soms vastgeroeste opinies of ideeën. En met dat het wrikken, komen vastgelopen tandwielen weer in beweging...Men treedt een beetje uit zijn vaste referentiekader waardoor het aanmatigende 'sérieux' van ons dagelijks bestaan en de soms verstarde aanwassen van onze gewoontes, in een ander licht worden bekeken. Dit belet niet dat ik ook gewoon wel eens met mijn luie krent in het zand wil liggen lezen.

Maar we gingen het uiteindelijk over reisvoorbereidingen hebben. In mijn geval probeer ik zoveel mogelijk te leren uit reisverhalen en dagboeken van anderen die me zijn voorgegaan. Ik kijk naar kaarten, probeer iets van de taal mee te pikken, leer wat over de geschiedenis en cultuur. Het helpt soms een en ander te zien of te plaatsen dat anders onopgemerkt zou gebleven zijn. Dit alles is echter geen garantie voor een geslaagde vakantie. Je moet ook kunnen afstand nemen en je lot in de handen van de voorzienigheid leggen. Je moet geduld kunnen oefenen en soms gewoon ook wat geluk hebben. Maar dan nog kan het gebeuren dat je bij aankomst op de luchthaven van de trap valt en je door Europe Assistance moet gerepatrieerd worden. Maar dan beste Boppers, heb je tenminste het genoegen gekend van de zoete anticipatie, heb je weer wat bijeengelezen of geleerd. Zo zie je maar. ‘Come prepared!’ En je wint altijd. Maar dat is de boy scout in mij.

zondag 27 september 2009

Meisjes en motoren....

Nu we het toch over motoren hebben. Aah…wat een gelukzaligheid die zo veel mensen wordt onthouden door het simpele feit dat ze niet over een motorfiets beschikken. Ik weet het…in het huidige verstoorde CO2 klimaat is het niet echt bon ton meer om met benzineverslindende machines de omgeving te terroriseren. Een stukje rijplezier is door deze onderliggende en dwingende gedachte voor altijd suspect en pervers geworden. Net zoals zoveel andere geneugten die langzaam uit onze beleving aan het verdwijnen zijn, hetzij door voortwoekerende regelgeving, het voortschrijdende schrikbewind van het neo-liberale goochelmodel of simpelweg door het ouder worden…Maar ik troost me met de gedachte dat ik op allerlei andere gebieden mijn ecologische voetafdruk zo minimaal mogelijk hou. Pascal Blaise zei het reeds…veel van onze miserie komt voort uit het feit dat we niet rustig in onze kamer kunnen blijven zitten. En wat is dan het effect van een ritje of twee in de maand en een jaarlijkse trip van een dag of vier? Maar allez, we volgen deze nieuwe deining in de collectieve gedachtestroom en beoordelen gezwind alle roetspuwende excessen.

Maar wat kan het leven je toelachen als de zon wordt weerspiegeld in de netjes opgepoetste helmen van je meerijdende kompanen terwijl je bochtje na bochtje pikt en de frisse herfstlucht door de spleten van je oude motorvest klauwt , en het ronken van de banden op de tarmac samen met het zoemen van de boterige viercilinder je gedachten inpakken en verleiden als de sensuele dans van een buikdanseres. En dan hebben we het nog niet gehad over alle avonturen die een cilinderinhoud van 250 cc of meer allemaal kan declencheren.

Lois Pryce is een kranige roodharige deerne die met haar natuurlijke flair en karakter van een rondborstige flapuit de wijde wereld intrekt. In ‘Lois on the Loose' vat onze heldin het plan op om met een motorfiets vanuit Alaska naar het uiterste zuidelijke puntje van Zuid-Amerika te bollen. Licht van toon, verbergt haar relaas niet volledig de volharding en vindingrijkheid die nodig waren om dit plan tot een goed einde te brengen. Met een minimale kennis van het Spaans, een veel te lichte motorfiets en een optimisme die de vele moeizame grensovergangen draaglijk maakt, haalt ze toch de eindmeet. Wat later doet ze dit huzarenstukje over dwars door Afrika in ‘Red Tape & White Knuckles’ waar de grensovergangen zowel hallucinante als grimmige kenmerken beginnen te vertonen. Ook hier haalt ze haar slag thuis en bereikt ze uiteindelijk Capetown door een mix van doorzetting, humor en toevallige meevallers die ze door haar aard wel lijkt aan te trekken. Lois is een hedendaagse heldin en haar boeken leren ons meer dan je zou verwachten. Kortom, twee reisverslagen die iedere avonturier in zijn kast moet hebben staan.

Ik wil jullie ook niet ‘Meisjes, Moslims en Motoren’ van Gaea Schoeters en Trui Hanoulle onthouden. Twee Belgische vrouwen die in het zog van een vooroorlogs koppel reizigers een trip uit 1939 proberen over te doen. Ditmaal met motoren en door een fundamenteel veranderd Midden-Oosten landschap. Zelfs Yemen en Iran hebben ze aangedaan. Om als vrouw alleen, zonder mannen dus, (en op een motor) door een cultuur te sjezen die dit niet altijd kan plaatsen moet men ballen hebben. Hun verslagen staan dan ook vol van rake typeringen en pertinente overpeinzingen. Daarnaast puilt het ook uit van de prachtige foto’s van Trui. Dus Boppers, haal boven die atlas, laad op die batterijen, verstel dat regenpak en ‘hit the road’. Grenzen bestaan toch alleen maar in onze verbeelding.

dinsdag 15 september 2009

The call of the Wild...

Gisteren een uitstekende film mogen meepikken: ‘Into the Wild’ gebaseerd op het gelijknamige boek van Jon Krakauer uit 1996. Film en boek verhalen het leven van Christopher McCandless, een jongeling uit een begoede familie, die eenmaal afgestudeerd, al zijn geld aan Oxfam schenkt en beslist om onder de naam ‘Alexander Supertramp’ in de vrije natuur te gaan overleven. Na een tijdje te hebben rondgetrokken doorheen het westen van Amerika trekt hij noordwaarts naar Alaska waar hij midden het imposante landschap – en moederziel alleen - probeert te overleven. Hij slaagt daar aardig in tot hij na het eten van een giftige plant ziek wordt en sterft. Helaas nog in het besef dat geluk maar waarde heeft als het gedeeld wordt…

Vanwaar deze drang naar avontuur? Dit onbedwingbare appel vanuit de natuur dat ons doet dromen van ongerepte vista’s en een buitenleven in harmonie met het ritme van de seizoenen. Deze lokroep naar verre einders, helder bronwater en nachten onder imposante sterrenhemels? Dit voortdurende trekken aan de uitgerafelde randen van ons bestaan, van een utopie die toch oplost onder geconcentreerde aandacht maar altijd aanwezig is, als jeuk die je niet kunt krabben. Deze verzuchting naar een leven niet gemedieerd door reclameborden, niet gedirigeerd door de prikklok, niet gearchiveerd door Outlook? Niemand is hier geheel immuun voor. Van de liefhebber van de programma’s van ‘National Geographic’, over de weekend wandelaar in de bossen en natuurparken tot de bergbeklimmer-avonturier voor wie het allemaal een beetje meer mag zijn. Voor die laatste groep kan de opgebouwde stress in de kop maar een uitweg vinden middels een hevige en directe confrontatie met de natuur, een soort van euforische trepanatie met behulp van stijgbeugels, ijshouwelen of klimtouwen. Ik reken me niet direct tot dit clubje, daarvoor hou ik teveel van mijn leeszetel, maar toch moet ik – sinds ik als klein manneke de albums van Bessy verslond –af en toe een avontuur beleven.

Alain Hubert en Dixie Dansercoer, onze nationale helden en bekende poolreizigers beschrijven in ‘De tanden van de Wind’ hoe ze op 100 dagen tijd Antarctica overstaken. Geplaagd door blizzards, materiaalpech en vermoeidheid maar ook betoverd door de gestileerde schoonheid van de ijsvlaktes, bereiken ze uiteindelijk hun doel. Een aantal jaren terug greep ik dan ook snel de kans om met Dixie en een aantal andere gelukzakken een sneeuwtocht te maken in Spitsbergen. ’t Was wel de Noordpool niet maar het kwam al aardig in de buurt. Een slede achter je aan trekken, een zon die niet onder gaat, tentje opzetten in de geselende wind, verkleumd je potje koken, ’s nachts op de uitkijk staan voor ijsberen. Het was een unieke ervaring. Helaas konden we toen al de gevolgen van global warming vaststellen, een te vroege dooi, te hoge temperaturen voor de tijd van het jaar…maar toch een goede proeve van hoe een reis over de pool moet aanvoelen.

In ‘The mammoth book of the Edge – an anthology of climbing adventures’ lezen we een aantal van de grootste successen en tegenslagen uit de geschiedenis van het bergklimmen. Weer kon ik me niet inhouden. Ik moest het zo nodig zelf proberen en beklom onder leiding van berggids Jan Vanhees, de Mount Blanc. Die beklimming gebeurt in fases. Een eerste deel tot aan de refuge du Gouter op 3.800 meter, niet zo moeilijk, gewoon op het eind een beetje rotsklimmen. Daarna een korte overnachting op de vloer van een overvolle refter. Tenslotte om twee uur ’s morgens opstaan en in het donker, onder een snijdende wind naar de top vorderen. De lucht is wat ijler, dus dat is even doorbijten maar de beloning kwam voor ons om 8 uur ’s morgens onder de vorm van een bijna wolkenloze hemel, een stralende zon en een zicht van op de top (4.800 m) dat je letterlijk de adem beneemt. Daarna in 8 uur terug naar beneden. Ik heb me sindsdien nooit niet meer zo moe en zo voldaan gevoeld.

De verre einders lokten ook Ewan McGregor en Charley Boorman. In ‘Long Way Round’ getuigen ze van hun epische trek rond de wereld op hun motorfietsen. Na bijna 4 maand en 30.000 km te hebben gereden over de meest moeilijke modderpaden, aardewegen, pokdalige tarmac en een oneindige reeks van putten en bulten, komen zij ook moe en voldaan over de eindstreep. Nee, deze heb ik niet nagedaan beste Boppers. Tenzij in afgezwakte vorm. Jaarlijks teken ik met twee vrienden een motorrit uit doorheen een van onze buurlanden. Dan rijden we vier dagen lang op onze motor van hot naar her langs de meest pittoreske delen van het Europese wegennet. Er is iets verslavend, zo niet hypnotiserend in het volgehouden afmalen van kilometers, doorheen een veranderend landschap, enkel vergezeld van het zachte ronken van de motor, het ruisen van de wind en de geur van gras, bos en akker…Maar daarover meer in een volgende post. Ondertussen dromen we verder en teren we nog even op de fotoboeken…