Pagina's

zaterdag 6 maart 2010

How Science Fiction conquered the world...

Het valt me soms op hoeveel beklijvende visuele elementen van onze cultuur afkomstig zijn uit de rijk gevulde SF iconografie. We kennen de beelden van de bedreigende robot of alien uit de jaren '50 films. (The Thing, This Island Earth, Invaders from Mars...)Uit de jaren zestig herinneren we ons de bevreemdende roes bij het aanschouwen van sprekende apen (Planet of the Apes), de brandende boeken uit Fahrenheit 451, of de sexuele escapades van Jane Fonda in Barbarella. De volgende decade gaf ons een nooit eerder geziene reeks klassiekers. De bijna tastbare eenzaamheid van Charlton Heston in een (bij dag) verlaten Los-Angeles in de eerste scènes van 'The Omega Man'. Het trieste einde van het laatste beetje groen in het visionaire 'Silent Running' waar het enige resterende bos als een verstilde arcologie aan de enorme leegte van het heelal wordt overgelaten.

De beeldenstormvloed van Zardoz waar een hoogtechnologische cultuur ten prooi valt aan lethargie en zich van de rest van de wereld - vervallen tot een staat van barbarij- afzondert. (En ik heb het niet over Sean Connery, die bijna de volledige film in een soort pamper rondloopt.) We mogen ook THX 1138 niet vergeten, waar de ruimte waarbinnen het verhaal zich afspeelt buiten de contouren van het blikveld verder uitdeint, door het grenzeloze gebruik van witte oppervlaktes. Als het ongemak van de mens temidden een eindeloze zee van Lacaniaans genot. En ik heb het dan nog niet over Star Wars, Solaris, Westworld en Soylent Green gehad, die een veelheid van beelden hebben opgeleverd die zich stevig in ons collectief bewustzijn hebben geankerd.

Vivian Sobchack is professor 'Film Studies' aan de Universiteit van California en levert ons een ernstige beschouwing af over de vertaling van SF concepten naar het Amerikaanse filmscherm. 'Screening Space' is een degelijke en theoretische studie van de visuele semiotiek van de SF flim. Het mag inderdaad ook af en toe wel iets anders zijn dan de normale lichtere fankost. Met dit boek laat ze ons met andere ogen en met een dieper begrip de vele - op het eerste zicht - bijna frivole en redundante visuele elementen analyseren.

Thomas M. Disch gaat nog een stapje verder en verheldert in een heerlijke reeks essays in 'The Dreams our Stuff is made of' hoe het soms misprijsde SF genre de populaire verbeelding heeft gevoed met beelden en ideeën die wezenlijk hebben bijgedragen tot de vorm en inhoud van de culturele en sociale wereld waarin we nu leven. Met zijn bespreking van de historische wortels van het SF gedachtegoed bij Edgar Allen Poe, de feministische SF van de jaren '60 en '70 en het culturele relativisme in onze relatie tot andere beschavingen in wat ooit als pulp fictie werd geboekstaafd, is dit boek een vruchtbare bron voor verdere reflectie over een genre dat ten onrechte uit de hoogte wordt bejegend, maar in feite reeds lang bepalend is voor wat als 'mainstream' wordt benoemd. Enjoy it Boppers.

maandag 1 maart 2010

iPadding...

Er wordt op het internet nogal wat afgemekkerd over de Apple iPad. De vraag die na heel wat discussie, speculatie, cynisme en dweperij overblijft is: 'Wat doet het ding?' Het antwoord ligt niet minder voor de hand: de iPad doet wat de iPad doet. De veronderstelling is dat dit device zijn eigen toepassingssfeer zal creëren. Als een soort mythisch automaton dat de condities voor zijn eigen bewustzijn zal scheppen.

Dat is een nogal moedige positie van waaruit men een nieuw toestel op de markt brengt. Je zal denken, Apple zal wel zijn research hebben gedaan. Maar vergeet niet, ze hebben ons ook de Apple Newton gegeven. De ganse introductie is opgezadeld met de overtuiging dat technologie gedrag kan vormen in plaats van de normale inverse relatie. De discussie wordt verder gevoed door het adagio dat vorm functie volgt...Maar wat als de exacte functie nog een fluid gegeven is? Dan wordt de iPad een semantische non-ruimte, een entropie van dode letter.

Dus, laten we eens onderzoeken wat de iPad doet. Is het een eReader, een soort netbook? Ik ga er geen foto's mee nemen. (Of toch..portretfotografie?); noch ga ik er mee bellen. En ik ga buitenshuis niet naast mijn smartphone en laptop nog eens de iPad meezeulen. Ik ben geen slaafje van mijn technologie. Technologie moet een extensie van mijn denkruimte zijn. Het moet het canvas uitbreiden waarop mijn verbeelding en cognitieve ambities zich kunnen botvieren. Een plaats waar ik informatie kan manipuleren naar behoeven. Soms is die ruimte klein (wanneer ik op mijn gsm schermpje mijn agenda raadpleeg) of groot (wanneer ik op mijn desktop wil photoshoppen). Dus wat is de iPad niche?

Let wel, het ding is nog steeds niet op de markt maar hier volgt een geïnformeerde gok over hoe een dag met de iPad er kan uitzien.
Bij het ontbijt ligt de iPad op de keukentafel. Ik lees er met veel gemak de iPad versie van de ochtendkrant op. Zo kan ik artikels lezen waarin video zit ingebed. Het ziet er meer uit als de bewegende krant van Harry Potter dan de huidige on-line versie van de dagbladen. Ik controleer mijn mail en browse wat newssites. De browserervaring is ongelooflijk. Pagina's laden uiterst snel. 's Middags heb ik vrijaf. Ik vlij me in de zetel neer en lees de iPad versie van WIRED. Dankzij mijn abonnement worden de issues rechtstreeks naar mijn iPad geduwd. Daarna start ik mijn google reader op en surf doorheen mijn RSS feeds.
's Avonds koop ik nog een boek op amazon.com dat direct op mijn iPad wordt gedownload.

Door zijn nauwe relatie met de iPhone bestaat er ook een Apple app store voor de iPad waar ik een veelheid aan toepassingen kan aanschaffen. Van games tot meer ernstige toepassingen. Ik ben er zeker van dat de killer applicatie voor de iPad op dit moment wordt ontworpen in het brein van een jonge programmeur. Dus dat zit wel snor.

De iPad, ik weet niet goed wat het doet..en wat het goed zal doen...maar ik wil er een.

vrijdag 19 februari 2010

Getting even...

Een goed boek is soms gewoon niets anders dan een manier om even weg te zijn. Het brein is van een dergelijke goedertierendheid dat het ons toelaat middels een aantal gedrukte woorden een wereld van nieuwe ervaringen te ontsluiten. Onze frontale cortex gaat bovendien storende stimuli even buitensluiten zodat we ons ongegeneerd kunnen overgeven aan een tijdelijk avontuur. Ons empathisch vermogen - een ander overgeërfd overlevingsmechanisme - zorgt er voor dat we meegezogen worden in de avonturen van de protagonist.

Een specifiek thema dat regelmatig terugkeert, is de nood aan wraak voor aangedaan onrecht. Hoe 'haat' de hoofdpersoon zich wreken en gaat hij gelouterd, verteerd of gelaten de eindmeet halen? Het houdt ons blijkbaar bezig. Er zijn studies die aangeven dat ook dit een overgeërfd behoudsgezind mechanisme is. Bij moord houdt de onmiddellijke weerwraak door de clan tevens de boodschap in dat men niet ongestraft iemands leven neemt. Het is dus - paradoxaal genoeg - een trap hoger op de ladder naar een beschaafde samenleving.

Een boek dat generaties lezers aan de leesstoel gekluisterd heeft gehouden, is Alexandre Dumas' 'De Graaf van Mont-Christo'. Er wordt Edmond Dantes zoveel onrecht aangedaan dat de lezer zich eveneens ontzet voelt en niets anders kan dan Dantes barok uitgewerkte wraakplannen toejuichen. Het is een klassieker. En klassiekers keren altijd terug.

Zo kreeg ik een déjà-vu, toen ik vorig jaar 'The Stars' Tennis balls' van Stephen Fry las. Ik had maar na enkele hoofdstukken door waar het verhaal naar toe leidde. Maar plots valt dan die frank. Het boek is een getrouwe maar inventieve herschrijving van Dumas' boek in een geheel nieuwe en meer moderne setting. Weer liet ik me meeslepen, ditmaal met de ongelukkige avonturen van Ned, Dantes' kloon.

Een ander wraakverhaal waarbij de protagonist zich bijna verliest in zijn haatgevoelens is het bekende 'The stars my destination' van Alfred Bester. Gully Foyle wordt aan zijn lot overgelaten na een schipbreuk en gaat op zoek naar de schuldigen. Tijdens zijn zoektocht transformeert hij zichzelf van een ruwe op wraak beluste onhebbelijke barbaar tot een intelligent en geschoold individu. Maar zijn gewelddadige natuur kan hij niet loochenen en zijn woedeaanvallen blijven zichtbaar doorheen zijn verwijderde oude gezichtstatoeages als rode striemen. Geschreven in de jaren '50 kon het net zo goed hedendaagse cyberpunk zijn. De leefwereld waarin Gully zijn gelijk wenst te halen is uiterst creatief vorm gegeven. Weer een klassieker. Voor alle duidelijkheid, het is vintage SF.

Dus Boppers, omhels eens het wraakthema, maar dan wel vanuit de leeszetel en proef de zoete overwinning van Edmond, Ned en Gully als een antigif voor die gevoelens van frustratie wanneer je op de baan weer eens door een agressieve chauffeur ei zo na van de weg wordt gereden.

dinsdag 16 februari 2010

Alternatieve geschiedenislessen van Tarantino en Philip K. Dick

Vorig weekend heb ik ‘Inglourious Basterds’ van Tarantino gezien. Een aantal iconografische scènes blijken enkele dagen later nog steeds als een nabeeld vast te kleven op mijn netvlies. Kleurrijke visuele echo’s schuiven over alledaagse grijze taferelen.

Zijn liefde voor film druipt duidelijk van elke frame. OK, er waren weer wat bloederige intermezzo’s bij, maar het eindresultaat is een feest voor liefhebbers van Tarantino’s cinefiele universum. Beter dan ‘Pulp Fiction’ of ‘Reservoir Dogs’? (Indien dat mogelijk zou zijn.) Nee. Daarvoor zijn de dialogen net niet goed genoeg. De film geeft echter voldoening op een ander niveau door een loopje te nemen met de officiële geschiedenis. De avonturen van Brad Pitt en zijn kompanen spelen zich namelijk af op een alternatieve tijdlijn. Een gekend procédé en literair subgenre: ‘alternate history’.

Zo herschrijft Philip K. Dick in ‘The Man in the High Castle’ een Amerika na de tweede wereldoorlog dat zucht onder een Japans-Duitse bezetting. Dick is verantwoordelijk voor heel wat klassiekers. ‘Do Androids Dream of Electric Sheep’ werd door Ridley Scott verfilmd als ‘Blade Runner’. ‘Total Recall’, ‘Paycheck’, ‘Minority Report’ en ‘A Scanner Darkly’ werden eveneens verfilmd. Allen hebben ze dezelfde onderliggende paranoïde thema’s: het vervagen van de grens tussen realiteit en fictie. Wat is echt, wat is niet echt? Dick zag het verschil ook niet altijd goed. Veel van zijn boeken schreef hij onder invloed van geestesverruimende middelen. Hij had last van visioenen en was er op een bepaald moment van overtuigd dat iemand anders zijn lichaam had overgenomen. Leuk is anders. Doch laat dit geen hinder zijn voor jullie leesplezier. Integendeel. Ondanks het feit dat Dick de ‘I Ching’ gebruikte om de plot van zijn boek te bepalen (!) is het werk een belangrijke alternatieve-geschiedenis novelle die in 1963 de Hugo Award won en door zijn diverse verhaallijnen, plotwendingen en beschrijvingen van een leven onder een totalitair bewind, in ieders bibliotheek thuishoort.

Dus Boppers, maak een kopje geestesverruimende lindethee en laat Dicks verbeelding – al is het maar voor eventjes – de fundamenten van uw realiteitsbesef aantasten.

Hieronder een clip uit ‘A Scanner Darkly’. Eerst werden de scènes gefilmd en daarna overtekend (rotoscoping)wat leidt tot een heel speciaal resultaat en een aangename versmelting tussen vorm en inhoud.

maandag 8 februari 2010

On the Road to Nowhere...

Vorige week heb ik ‘The Road’ gezien, gebaseerd op het gelijknamig boek van Cormac McCarthy. Het boek had me indertijd danig geraakt. Het relaas van een vader en zoon die in een desolaat en mistroostig Amerikaans landschap onderweg zijn naar het zuiden, na wat blijkbaar een verwoestende ecologische ramp van gigantische proporties was, terwijl ze uit de handen proberen te blijven van kannibalen en andere rapalje, is een hartverscheurende leeservaring. In het begin hoop je nog mee met de protagonisten op een betere toekomst, maar algauw wordt het duidelijk dat elk sprankeltje hoop vakkundig door McCarthy wordt weggegomd. Ik bedoel maar; het houdt niet op. De strijd om te overleven wordt harder en harder, en de keuzes die de personages maken om in leven te blijven, zijn dikwijls ten nadele van andere verloren zielen die ook maar proberen wanhopig aan te klampen aan wat slechts een vervagende illusie van een bestaan is. Wat ik wou zeggen: er zijn meer opbeurende boeken.

Ik was dus voorbereid op de film. Dacht ik. Blijkt dat het nog altijd triester en weemoediger kan. Sip en somber had ik verwacht, maar naargeestig en moedeloos heb ik gekregen. In dat opzicht…een dijk van een film dus. Viggo Mortensen brengt de voortdurende spanning, angst en vrees van de vader om zijn zoon tastbaar op het scherm. En Kodi Smit-McPhee, die in de huid van ‘the boy’ kruipt, is fenomenaal. Soms mag ik peinzen over waar een kindacteur de kracht en de innerlijke middelen haalt, om een dergelijke acteerprestatie neer te zetten. Doch dit ter zijde. Een vraag die me na het zien van een soortgelijke film meer bezighoudt, is de volgende: is onze beschaving waarlijk maar een dun laagje vernis? Is het zo dat wanneer we met een situatie worden geconfronteerd waar we samen moeten zien te overleven, we plots niets meer zijn dan een meute elkaar verslindende honden. Ik hoop op het tegendeel, maar vrees van niet.

Er zijn postapocalyptische verhalen met een lichtere toets, maar toch is er altijd weer op de achtergrond die vrees voor een regressie naar barbarij en onmenselijkheid. Vandaar dat thema’s van theologische en filosofische aard mee aan het oppervlak komen. In ‘Deus Irae’ van Philip K. Dick en Roger Zelazny (ah…old skool…love it!), vertaald als ‘De god der gramschap’ krijgt Tibor McMasters, een acolyt van een sekte die de oorspronkelijke aanstoker van de grote vernietigingsoorlog vereert, de opdracht om deze ‘God’ der gramschap af te beelden. Tibor is een begenadigd artiest, maar heeft kunstarmen en moet in zijn karretje worden voortgetrokken door een koe. Met een discipel van de Uitdovende Christelijke Kerk gaat hij op zoek naar deze man om hem als de schepper van een nieuwe wereldorde te vereeuwigen. Ook hier krijgen we geen antwoord op het waarom, maar aarzelen de schrijvers niet de vraag te stellen naar de aard en noodzaak van een God. Het is een prachtig, ietwat verouderd, maar mooi geconstrueerd verhaal.

Nog lichter van toon wordt het in een van de verhalen uit de bundel ‘The Martian Chronicles’ van Ray Bradbury. In ‘The Silent Towns’ is Walter Gripp, de enige overgeblevene op de Martiaanse kolonies nadat iedereen terug naar de Aarde is gevlucht. Of niet? Plots hoort hij in een verlaten huis een telefoon rinkelen. Uiteindelijk slaagt hij erin contact te maken met de laatste vrouw op Mars die eveneens in de overtuiging was dat ze de laatste mens op de planeet was. Walter reist uitgelaten naar waar de vrouw verblijft en in zijn verbeelding neemt ze hemelse proporties aan. Geneviève blijkt uiteindelijk een zwaarlijvige chocolade verslindende vrouw te zijn die hem zodanig op de heupen werkt dat hij terug voor het celibaat en de eenzaamheid kiest.

Zo zie je maar, voor éénieder het postapocalyptische landschap van zijn dromen. Maar denk eens na Boppers, vanavond in het warme bedje…hoe zouden wij het er vanaf brengen ‘on the Road’…terwijl de meutes kannibalen achter ons aan zitten.