Pagina's

woensdag 16 december 2009

The game is afoot! (2)

Voor vele mensen bestaat Sherlock Holmes echt (sic!) Nog steeds worden bakken post afgeleverd op diens ‘fictieve’ adres: 221B Baker Street. Mark Frost speelt het spel subtieler in ‘The list of Seven’. Dit boek is de eerste roman van de man die samen met David Lynch ‘Twin peaks’ creëerde. Voor Boekenknul kan dit tellen als referentie. Hoofdrolspeler is Arthur Conan Doyle, de geestelijke vader van Sherlock. Nadat Doyle een manuscript heeft ingediend bij een uitgever wordt hij totaal onverwacht het doelwit van een bende criminelen. Bovennatuurlijke elementen dienen zich aan maar plots wordt Doyle bijgestaan door een merkwaardig figuur: Jack Sparks. Een spion en avonturier, een uitermate veelzijdig man die zijn intellect in dienst stelt van de kroon en die uitzonderlijk veel gelijkenissen vertoont met Sherlock Holmes en uiteindelijk Doyles inspiratiebron zal zijn voor diens legendarische detective. Ingenieus vormgegeven en sphincterknijpend spannend is dit een must voor iedereen met een liefde voor de vioolspelende en pijprokende vader van alle detectives.

Of niet? Is Holmes misschien gebaseerd op een eerdere romanfiguur? Heeft Doyle de mosterd elders vandaan? De meest voor de handliggende kandidaat is natuurlijk Edgar Allen Poe’s C. Auguste Dupin, einzelgänger, enigmatisch, koel en berekend, meesterlijk in zijn hantering van de deductieve logica , is Dupin een uitzonderlijke creatie .De persoon die de ‘Murders in the rue Morgue’ oploste en een diplomatiek incident wist te vermijden in ‘The Purloined letter’ kan zonder problemen gelezen worden als een voorloper van Holmes. De wijsneus Dupin heeft zelfs zijn eigen Watson aan wie hij zijn aanpak op een overduidelijke manier uitlegt ten behoeve van de lezer. Poe heeft heel wat schitterende verhalen geschreven. Meester van het macabere, mag hij terecht genoemd worden in één adem met Doyle en andere 19de eeuwse schrijvers die de grenzen van het nieuwe genre aftastten. Ook Agatha Christie kende haar klassiekers, bewijze de verdienstelijke hommage in de figuur van Poirot. (een Belg; geen Fransman zoals Dupin.)

Holmes is echter wel de mal waaruit tal van detectives zijn gemaakt en zijn erfenis is groot. Een massa schrijvers zijn verder schatplichtig aan een figuur die nog steeds postmodernistisch wordt gedeconstrueerd in nieuwe – meestal getroebleerde – incarnaties. De nieuwe lichting speurders houden het vuur brandend. Ik wil jullie zeker niet Jonathan Lethems ‘Motherless Brooklyn’ onthouden. Wezen, gangsters en andere kleurrijke figuren bevolken dit gelaagde universum waarbinnen Lionel Essrog, die lijdt aan het syndroom van Tourette, een moord probeert op te lossen. Hij heeft een massa obsessionele tics (waaronder het moeten aanraken van mensen waartegen hij spreekt) die hij voortdurend probeert onder controle te houden. Dit is niet zozeer een taalkundig truckje om onze aandacht vast te houden maar een onthullende kijk in het chaotisch brein van een persoon die we snel leren waarderen en die verwikkeld is in een ongewoon spannend en bizar avontuur, vechtend tegen zijn talige opstootjes en impulsen. Een aanrader!

Als ik toch nog één uitstapje mag maken naar de film: Gene Wilder, Leo Mckern, Marty Feldman en Madeleine Kahn in ‘The adventures of Sherlock Holmes’ younger brother’, meer moet dat soms echt niet zijn! Hop, Hop the Kangaroo Hop!! De Boppers die weten waarover ik het heb, rollen nu over de vloer van het lachen.

dinsdag 8 december 2009

The game is afoot!

Oorspronkelijk te vinden in Shakespeare (King Henry IV) maar veelvuldig gebruikt door het prototype van de ‘rationele’ detective, Sherlock Holmes, kondigt deze uitspraak veelal de echte start van het avontuur aan. De hoofdrolspeler heeft de handschoen opgenomen en zich als doel gesteld de snoodaard van dienst tot de orde te roepen. De onverlaat zal zijn of haar verdiende loon niet langer kunnen ontlopen. Gerechtigheid moet er zijn! Maar hoe de protagonist daar uiteindelijk, door zijn vernuft, branie en panache zal in slagen, maakt juist de kracht van het verhaal uit.
Het detectivegenre is oneindig divers in al zijn mogelijke uitingsvormen en verschaft ganse lezerscharen bakken leesplezier omdat we toch allemaal willen weten wie het gedaan heeft.
Ik hou van de klassiekers maar ook van nieuwe verhalen in bekende settings, heruitgevonden avonturen door creatieve schrijvers nieuw leven ingeblazen. Schrijvers die zowel gebruik maken van een gedeelde terminologie en de gekende conventies en tradities van het genre, maar tevens ook nieuwe elementen aan het canon toevoegen, zowel in thema, aanpak als stijl.

Laat ik daarom beginnen met Caleb Carr’s debuut ‘The Alienist’. (Vertaald als ‘De Ontmaskering’.) New York, negentiende eeuw (in de beste ‘mist en koets’-sfeerscheppende traditie) een seriemoordenaar heeft het gemunt op prostituees en de burgemeester (een jonge Theodore Roosevelt) roept de hulp in van dokter Laszlo Kreizler, die zich in het donkere hart van de moordenaar dient te verplaatsen. Dokter Kreizler is een soort van proto-psycholoog of ‘alienist’ zoals men dat in de begindagen van die wetenschap omschreef. Hij houdt zich namelijk bezig met mensen die ‘vervreemd’ zijn van de maatschappij (lees: gek). Wat het boek zo fascinerend maakt om te lezen is de aanpak van dokter Kreizler. Caleb Carr beschrijft het alsof Kreizler de eerste is die een soort van psychologische profilering probeert toe te passen om de moordenaar te vatten. Daarbij wordt hij bijgestaan door twee jonge agenten die op hun beurt ook als eersten in hun vak een aantal principes en nieuwigheden op het vlak van forensisch onderzoek toepassen. Hoe dit zich ontplooit en verhoudt in het spanningsveld van onbegrip en weerstand van een gevestigde orde en een reeks van venijnige moorden gepleegd door een schijnbaar ongrijpbare sadist, maakt van dit boek een adembenemende leeservaring.

Men kan het er ook nog dikker opleggen en Sigmund Freud effectief laten meespelen in het verhaal. Dat doet Jeb Rubenfeld in ‘The interpretation of Murder’. Een allusie op Freuds meesterwerk ‘The interpretation of dreams’, probeert het Freuds negatieve ervaring van een bezoek aan New-York in 1909 te herschrijven. De setting is gelijkaardig en Freud en een jonge Amerikaanse onderzoeker worden ingeschakeld in de zoektocht naar de dader van de overval op een jong meisje die na haar gruwelijke ervaring gebonden werd teruggevonden. Het slachtoffer herinnert zich niets meer van het voorval en verkeert in de onmogelijkheid om erover te praten. Ja hoor, het trauma werd ‘verdrongen’ en Freud moet de inzichten uit zijn embryonaal wetenschapsgebied toepassen op een meisje die nogal wat gelijkenissen vertoont met ‘Dora’, het onderwerp van een echte gevallenstudie van Freud. Opnieuw is de historische enscenering en de manier waarop men de misdaad probeert te ontrafelen verantwoordelijk voor het leesplezier. Dit is zeker niet de eerste keer dat Freud ter hulp wordt geroepen. In de hoogst amusante film ‘The Seven Per-Cent Solution’ van Herbert Ross met Alan Arkin, Vanessa Redgrave en Robert Duvall wordt Freud ingeschakeld om Sherlock Holmes van zijn cocaïneverslaving af te helpen. (7 % oplossing) Best grappig, daar we allemaal weten dat Freud (in real life) een gelijkaardige demon heeft moeten overwinnen. Meer over Sherlock en diens epigonen in de volgende blogpost!!

woensdag 2 december 2009

Mash-ups, Cross-overs & Tie-ins....

Mash-ups, cross-overs, tie-ins...er is soms wel iets te zeggen voor deze kruisbestuiving van ideeën en formats. De eeuwige vraag of het boek nu beter is dan de film laten we even buiten beschouwing. Soms kan een verderzetting via een ander medium de oorspronkelijke mythologie uitdiepen en aankleden. Soms kan een verfilming een andere visie in de verf zetten. En soms is een ander medium de betere keuze om iets verder uit te werken. Maar niet zelden is het resultaat niet gespeend van enige onzin en geldgewin.

Vroeger durfde ik me al eens - wanneer ik teveel op mijn honger bleef zitten – op de goedkope paperbacks werpen, die me verdere avonturen uit een geliefkoosd universum beloofden. Lichtgewicht literatuur, snoepjes die de leegte tussen TV-seizoenen of sequels dienden op te vullen. Zo heb ik me bezondigd aan Star Trek romans, X-Files- & Millenium verhalen, maar ook aan de Star Wars boeken…Ik weet het, ik was een junkie…en meestal ontwaakte ik uit deze roes met een indigestie of een lichte vorm van vervreemding en verwarring.

Daarom ga ik al enkele jaren cold turkey en lees enkel nog originele verhalen en romans. Om dezelfde reden lees ik ook geen boeken meer die verder borduren op ideeën van een andere schrijver. Zo heb ik als eeuwige fan van ‘Dune’ de prequels gelezen, geschreven door Brian Herbert en Kevin J. Anderson. Achteraf was ik meer teleurgesteld dan verblijd. Sommige onderdelen van een favoriet verhaal – waarnaar de schrijver slechts zijdelings refereerde, maar die de lont aan het kruitvat van de verbeelding staken en waar niet verder werd op ingegaan – blijven beter onbekend. Liever overgeleverd aan een kwellende onzekerheid die het vliegwiel van de imaginatie verder aanzwengelt dan blootgesteld te worden aan een brutale expositie van een loonschrijver die de mystiek uit het epos doodschrijft. Wat de ‘Dune’ boeken betreft zijn de prequels over de families (House Atreides, Harkonnen en Corrino)nog best te pruimen, maar de andere boeken laat je liever links liggen als je de erfenis van Herbert een beetje wenst te respecteren. De rest van het aanvullend canon lijkt een formulaïstisch-boekhoudkundig resultaat, eerder dan een gestage en boeiende uitbouw van het Duin universum.

Dit gezegd zijnde, wens ik toch een positieve ervaring te onderstrepen. Wie herinnert zich niet het schitterende ‘Twin Peaks’, ontsproten aan het exotische brein van David Lynch: een amalgaam van uitzinnige karakters en plotwendingen en ideeën waarvoor de woorden ‘bizar’ en ‘uitzinnig’ lang niet toereikend waren. Een serie die ons wekelijks met open mond, klamme handen en rechtopstaand nekhaar voor het TV scherm gekluisterd hield. Dale Cooper was mijn held. Hij was de belichaming van een nieuw soort transcendente absurditeit met een eigen logica, een mix van kinderlijke onschuld en doorleefde levenswijsheid, een combinatie van Lynchiaanse dramatiek, Victoriaanse rationaliteit en Gotisch drama. Een soap op speed, een culturele referentiespuiende raamvertelling die overal en nergens naartoe ging. Ik was er gek van. Dus las ik ook alles waar ik mijn handen kon op leggen. ‘My Life, My Tapes’ (as heard by Scott Frost) is een voorbeeld van hoe een tie-in moet zijn. Niet alleen was het een uitdieping van het hoofdkarakter maar het toonde ons ook iets meer van de mysteries waarop de verhaallijn dreef en wat vooraf ging in de Twin Peaks tijdlijn, met een goed gedoseerde expositie die vroeg naar meer. Het was opgesteld in dagboekvorm en de vroege exploten van Dale Cooper en zijn jeugdige wedervaringen zijn zo humoristisch gevat, dat ik soms luidop moest lachen. Dat was een waarlijk bevredigende leeservaring. En het is toch dat, beste Boppers, waar we steeds naar op zoek zijn, waar we telkens weer op hopen als we een nieuw boek openslaan?

maandag 23 november 2009

Once more with feeling.....

In den beginne was er het woord. En het woord was goed. Het woord gaf ons leven. Want alles start met een verhaal. Een verhaal waarin mensen zich herkennen, een verhaal dat begeestert, waarin je jezelf letterlijk kunt verliezen. Soms is het spannend en meeslepend, soms is het leerrijk en verhelderend en leert het ons iets over onszelf. De beste verhalen zijn een combinatie van beide.

Maar een verhaal is niet genoeg. De gebeurtenissen moeten gedragen worden door karakters van vlees en bloed. Karakters met een achtergrond en een persoonlijkheid, een insteek en motivatie, geen bordkartonnen instrumenten ten behoeve van de plot, geen vrijblijvende plotmastiek. Maar dit is nog niet alles. Er is nog een derde element: dialoog. Wat ook de vorm is waarin men het verhaal vertelt (boek of film), het is de gehanteerde taal die ons uiteindelijk als een vis aan de haak het verhaal binnen trekt...willens nillens. Dialoog is de uiting van karakter, het stuwt de ontwikkeling van het verhaal, het maakt het verschil tussen geloofwaardigheid en oppervlakkigheid. Goede dialoog, geschreven door een schrijver (Stephen King, Elmore Leonard, Quentin Tarantino,…) met een oor voor spreektaal is een vrijkaart voor een topopvoering. Alles start dus met de schrijver. Met de creativiteit en het metier van degene die het verhaal of het script op papier zet.

Daarom heb ik een grote waardering voor mensen zoals Joss Whedon. Verantwoordelijk voor 7 seizoenen van ‘Buffy the Vampire Slayer’ (8 seizoenen als je de ‘comics’- continuatie meetelt) heeft hij met elke aflevering het Olympisch minimumniveau voor kwalitatieve TV shows ietsje hoger getild. Met elke aflevering ging je meer van de personages houden, en ondanks mijn grote afstand tot de demagogische doelgroep, werd ik langzaam en zonder verweer ondergedompeld in de ‘Buffyverse’. De show werd gekenmerkt door creatieve verhaallijnen, een frisse wedergeboorte van de oude vampierenmythologie, sprankelende dialogen en extreem grappig taalgebruik (Does anybody feel like they have been Keyser Sozed?) en een supercast! Een aantal memorabele afleveringen springen er toch uit. ‘The body’ een hartverscheurend en ingetogen confrontatie met de dood van haar moeder, ‘Hush’ een kippenvel inducerende horroruitstap zonder woorden en ‘Once More with feeling’: alles wat goed was aan Buffy, maar dan onder de vorm van een musical !!

Whedon liet het daar niet bij. Zijn volgende project, ‘Firefly’, ging over een groep vrijbuiters die uit de klauwen probeert te blijven van een centraal gezag met fascistische trekjes. Gesitueerd in een niet nader bepaalde toekomst vliegen ze space-opera gewijs van de ene uithoek van het heelal naar de andere. Maar hier opnieuw is de setting maar een excuus om goede (universele) verhalen te vertellen, gekenmerkt door een subtiele en uitgewerkte karakterontwikkeling. Helaas is deze show na 16 afleveringen ter ziele gegaan. Het is een terugkerend zeer bij genreshows dat de netwerken zeer snel een show aborteren wanneer de kijkcijfers tegenvallen. Vroeger werd een show nog de tijd gegund om langzaam een publiek op te bouwen. Maar die tijd zijn we intussen ook voorbij. Gelukkig had Firefly een grote schare fans en Whedon kon met de film ‘Serenity’ toch nog een en ander van zijn verhaalontwikkeling afronden. Maar helaas niet alles, en de fanboy in mij is uitermate ontstemd en bedroefd over de tal van mogelijke Firefly-avonturen die hierdoor ontbeerd moeten worden. Whedon lanceerde dan maar een hilarische webmusical ‘Dr. Horrible’s Sing-Along Blog’.

Daarna kwam hij terug naar televisie met ‘Dollhouse’, ook bij ons te volgen op 2BE, maar ondertussen reeds gesneuveld in de US tijdens het tweede seizoen. Het netwerk trok er de stekker uit. Ik heb een aantal afleveringen bekeken en het afvoeren van de show doet me weinig. ‘Dollhouse’ werkte niet voor mij. En ik vraag me af waarom Whedon, genie dat hij is, een van de grootste verhalenvertellers van het laatste decennium, niet heeft ingezien waarom. Omdat de premisse van de show ingaat tegen één van zijn basisstellingen. Je moet je namelijk kunnen identificeren met de hoofdpersonages. En dat gaat zeer moeilijk als de hoofdpersoon iedereen week telkens een andere persoonlijkheid krijgt ‘gedowndload’ en de rest van de karakters – pardon my French – (bijna)beuzakken zijn. De personages uit ‘Buffy’ & ‘Firefly’, daar had je graag bevriend mee geweest. Maar het kon me niet schelen wat er met die gasten uit ‘Dollhouse’ gebeurde…Dat is een regel met een heel breed toepassingsveld. Zo lees ik ook met node een roman uit waarvan ik het hoofdpersonage niet kan luchten….life’s too short for that, you know.

Voor Joss is nu de maat vol. Hij wil zich concentreren op Film en Internet, misschien nog comics…Hij zal wel een uitlaatklep vinden om zijn ding te doen. We hebben het volste vertrouwen in zijn kunnen en in zijn onbeheersbare drang om verhalen te vertellen. Komaan Joss, once more with feeling…

zondag 22 november 2009

Terug uit de woestijn....

Net terug van een reis naar het zuiden van Marokko. Steden zoals Marrakesh en Ouarzazate stonden op het menu maar ook een vijfdaagse trektocht door de woestijn met temperaturen van 40 graden en ijskoude nachten onder een imposante sterrenhemel, met vers brood gebakken op warme kolen, geurende tajines , liters muntthee, maar ook met uitgestrekte desolate steenvlaktes, zandduinen en de stilte, steeds de stilte. Kortom het was er weer een om te koesteren. Wat intestinale restverschijnselen, maar een kniesoor die daar op let.

Men vraagt me soms: waarom steeds weer die woestijn. Ik heb het in deze blog reeds gehad over de betovering die je overvalt wanneer je onder de warme zon urenlang rustig verder sjokt en de gedachten langzaam opdrogen, wanneer het enige wat je hoort de zachtjes ruisende wind is en wanneer de blik zich eindeloos verder kan ontrollen langs een zinderende einder. Ik ga dit dus hier niet opnieuw doen. Zo ook vraag ik me soms af of alles wel moet verwoord worden. En dan nog is er een rest die helemaal niet kan beschreven worden. Toch dacht ik jullie een aantal dagboekfragmenten weer te geven van eerdere gemaakte woestijnreizen. Mogelijks springt een vonk van het heilige vuur over…

Tunesië – oktober 2003 – Dag 2:
Om 7.45 uur zijn we weer op pad. We wandelen een drietal uren, vinden prehistorische speerpunten en woestijnrozen. Soms lopen we met twee of drie samen en praten we wat, soms nemen we wat afstand en wandelen eenzaam de steeds kleiner wordende karavaan achterna. S. is enorm populair bij de meereizende vliegen. Zijn rug is één wriemelende zwarte massa. Maar hij is niet alleen. Best is de vliegen rustig op je rug te laten zitten. Maak je onverwachte of bruuske bewegingen dan lost de plaque vliegen zich op in een toornige wolk die luidruchtig rond je hoofd tolt. Rond 11.00 uur slaan we de tent op voor de middagrust en de lunch. Iedereen lijkt in te dommelen. Het is warm en een hete droge wind komt opzetten….

Sinaïwoestijn – november 2005 – Dag 2:
…we trekken verder de woestijn in en na een wandeling van een goede drie uur door rotsachtig terrein langsheen wadis en uitgeholde paden, komen we aan in onze kampplaats. Het is het tijdstip van het gouden avondlicht. Fijn opstuivend zand en de bijna pulserende gloed van het avondlicht dat de rotsen in diepe okertinten laat oplichten, toveren het landschap om in een onwezenlijk droomdecor. Daar middenin, de grote tent pal in het licht van de ondergaande zon. We worden verwelkomd door Mustafa, onze kok, met thee en koekjes. We doen onze schoenen uit en vleien ons neer op het tapijt. We praten bij en reconstrueren de dag uit de vele afzonderlijke getuigenissen. Iedereen moet als het ware zijn hart luchten, wil de schoonheid die we gezien hebben ons niet blijvend met verstomming slaan…

Egypte – Westelijke woestijn – november 2006 - Dag 5:
…na het ontbijt wandelen we door wat we terecht niets anders kunnen noemen dan een witte woestijn. Fonkelende helderwitte rotsformaties tegen een diepblauwe hemel. We wandelen doorheen een labyrint van door de wind uitgeholde en uitgefreesde witte rotsformaties, sommige zo groot als een huis, andere nemen de versteende vorm aan van een zandheuvel of een aangespoelde walvis. De verbeelding slaat hier werkelijk op hol. Ze vindt geen houvast meer op de netjes afgeschuurde en gepolijste rotsvormen…en dit terwijl de zon steeds hoger klimt. Water, water, water….


Libië – het zuiden – november 2007 – Dag 6:
…vandaag geen ontbijt. Voel me nog wat zwak van de rusteloze nacht. Diarree! Het moest er eens van komen. Het wordt weer warm en de wandeling duurt lang. J. krijgt het een beetje lastig. Hij heeft hetzelfde probleem als ik. ’s Middags eet ik toch wat brood maar J. eet niets. Tijd om wat te rusten en te lezen. Dan komt er een geweldige wind opzetten. Rond drie uur vertrekken we voor het tweede luik van de dagtocht. We moeten nog een twaalftal kilometer doen. Het wordt een zeer lastige tocht, bijna episch…althans in mijn verbeelding. We vorderen over een uitgestrekte vlakte waar we gezandstraald worden door de hete wind. Het gaat steeds heviger waaien. De lucht boven ons blijft helder blauw maar 360 graden rondom ons wordt alles wazig en mistig door het opstuivende zand. Dan maar de chèche goed aanbinden en doorbijten. Het wordt een helletocht. Iedereen moet een extra inspanning leveren. De duinen in de verte lijken niet dichter te komen. Maar toch…na drie uren tegen de wind vechten, komen we aan in het kamp. Iedereen zakt uitgeput neer voor de thee. Mijn keel brandt, mijn benen trillen en ik voel me ongelooflijk slap door het weinig eten…maar dat was een tocht om nooit te vergeten…en de wind gaat liggen.

Marokko – het zuiden nabij Zaghora – november 2009 – Dag 6:
Vanavond bakken de berbers vers brood in een put gevuld met houtskool. Het avondeten bestaat uit soep met het nog warme brood en groetenstoofpot met rijst. We eten rondom het kampvuur en sluiten deze dag af met thee, fruit en wat verhalen uit de duizend en één nacht vertellingen.


Ik bedoel maar…als ik alleen nog maar de laatste zin herlees dan besef ik opnieuw hoe uitzonderlijk deze laatste reis opnieuw was. Je gaat het helaas echter maar ten volle appreciëren wanneer je op een grijze zondagmiddag je blog aan het updaten bent….